om het eens niet over het studeren te hebben…

Overmorgen staat op het programma een examen dat een dramatische afloop zal kennen. Dat kan ik u nu wel al vertellen. Dus wat doen we dan ipv te studeren? Nog een blogpostje misschien? Eentje zonder echte inhoud, zonder goede opbouw, zonder pointe, gewoon over waar wij wèl gelukkig van worden. Het zal u niet verbazen dat dat onder andere de kinderen zijn. Want 2 en 4 jaar, dat geeft ambiance! Een greep uit het verzameld werk van de twee spoken:

-Mamaaa… er hangt een deken aan mijn snottebel… (Léon)

-Mamaaa…er hangt een raam aan mijn gordijn… (Marie 10 minuten slappe lach later dan Léon zijn uitspraak)

-Mamaaa… stopt met zingeuuu… ik ben wel aan het eten hé (Léon)

-Marie tegen Léon: ” gij kleine domme Léon!” waarop Léon tegen mij: “Mamaaaa… Marie zegt dat ik klein ben!”

Verder hebben we ook nog de trots, om de dochter die met haar vier lente’s toch al redelijk wat tekst op een blad kan zetten. En het gaat rap. In november schreef ze haar eerste woordje, IMIL (naar Emile, de buurjongen), toen volgden alle namen van de klasgenoten, en ondertussen zijn we januari, en krijgen we soms al heuse zinnen in bijlage bij haar tekeningen. Ik ben te groot geworden om jaloers te zijn, maar toch kan ik het niet helpen om het lastig te vinden om tekening na tekening richting juf te zien verdwijnen. In mijn gedachten krijgt die juf zo’n 10 tekeningen per dag, wat op een maand al zo’n hoeveelheid is, dat men er zijn haard toch al eens mee kan aansteken. De realiteit zal wel niet zo erg zijn, maar echt zeker is men toch nooit hé. Daarom trek ik foto’s van de tekeningen. Omdat ze later toch zal zien hoe ze evolueerde.

IMG_5919

voor de slechte verstaanders, ze bedoelt lieve mama, met daarna de K van ketnet

IMG_5960

een kameel en een appel dus🙂

en tegenwoordig lezen we al dit:

IMG_5961

een kasteel met een prinses en een prins

met op de achterkant:

IMG_5962

ik ep een kastel getekent en et is van marie

en last but not least:

voor wie niet goed ziet wat ze tekende: TWALLET dus :)

voor wie niet goed ziet wat ze tekende: TWALLET dus🙂

 

En terwijl de dochter met dit bezig is, word ik door de zoon dag na dag overladen met kusjes op mijn voorhoofd. U zou zich voor minder gelukkig voelen, niet?

Allé hup, en nu weer aan het werk, Moeferkoe, het drama wenkt.

Back to basics

Dat het druk is, dat hoef ik u niet te zweren. Het is waarschijnlijk overal druk. Hier is het vooral: een nieuw jaar en een nieuwe blokperiode. De laatste nieuwjaarsblokperiode OOIT. Want mij krijgen ze met geen stokken nog in zo’n opleiding. Het is wel superinteressant, en leuk om bij te leren maar het is zwaar…

Dus wanneer men dit nieuwjaar tegen mij over voornemens begon, zweeg ik lekker. Dit jaar heb ik alleen maar rechten. Recht op een reis (is al geboekt, jihaa!!!).  Recht op plezier, recht op gezondheid, recht op een sociaal leven,…  Natuurlijk op een verantwoorde manier hé. Want mijn motto blijft less is more.

Dit is misschien het enigste echte voornemen dat ik neem. Ik bedacht het ‘back to basics’ concept om mijn beslissingen op te baseren. Het is een heel gemakkelijk concept dat een mooie leidraad in het leven kan zijn. Alle beslissingen zijn gebaseerd op één vraag.

Ik geef even een voorbeeld. Stel. Ik zeg STEL. Dus STEL: u wil een sms sturen en stelt u daarbij voor dat u niet graag sms’t want dat is een gepruts tot en met en dat duurt toch veel te lang. Stel dat u zich daarbij een beetje opjaagt, en een paar keer moet herbeginnen door een paar foute drukken op foute toetsten. Stel dat u dan uiteindelijk toch op verzenden duwt, maar het ding dadelijk twee opties ‘probeer opnieuw’ of ‘annuleren’. Stel dat u ‘opnieuw probeert’ en nog eens, en nog eens, en stel dat u daarbij een ietsiepietse nijdig wordt en (WACK) en ding daar gooit, en (SNOCK) weer teruggrist en merkt dat  (GODVERDOEME) de tekst verdwenen is en je het hele proces opnieuw moet doormaken, en opnieuw, en opnieuw.

<<All characters appearing in this example are fictitious. Any resemblance to real persons and cellphones, living or dead, is purely coincidental>>

wel, dàn is het tijd om dé vraag te stellen, back to basics:

“Hoe zou in deze situatie de oermens reageren”

Het is natuurlijk niet omdat het een gemakkelijke vraag is, dat het een gemakkelijk antwoord is. Want er zit namelijk een grote oer-adder onder het gras! Het in dit voorbeeld  heel gemakkelijk om te zeggen:” aha,  (en met de woorden van de dochter: Makkie!!) de oermens zou zich zetten bleiten in zijn oergrot” Maar dat, lieve mensen, is niet het juiste antwoord. Hier is een beter antwoord: ” hey, ’t is maar een (oer-)gsm, dat is niet belangrijk, a) ik rooksein het wel even, b) ik ga gewoon even langs ginder, c) ik doe anders gewoon even mijn (oer-)strijk.

Het eerste deel in het antwoord is eigenlijk de essentie, of men daarna voor a, b of c kiest, maakt niet veel uit.

De kern gewoon dat ik vind dat we in ons luxueuze, zogezegd ‘door economische crisis geplaagde’ leven de essentie een beetje vergeten zijn. Het is niet zo fraai wat bij de mensen naar boven komt als hoofdzaak niet meer kan onderscheiden worden van bijzaak. Dus op mijn eigen onozele -ik heb geen voornemens-manier, wil ik dit jaar hoofdzaak van bijzaak onderscheiden. En daarbij krijgt iedereen die me lief is nog een dikke knuffel.

onderweg zijnde in Sint-tijden

Marie: Ik heb een wit paard gezien

Ik: Oooh! Misschien is het wel het paard van de sint!

Marie: Neen, dat is het niet

Ik: ben je zeker?

Marie: ja hoor

Ik : maar de sint heeft ook een wit paard…

Marie: dat weet ik

Ik: hoe weet je dat dan zo zeker dat het niet het paard van de sint is?

Marie: Er zat een boer op.

Mama, ge moet stoppen met lachen!

 

De schoolgaande jeugd

Natuurlijk heb ik tijd om te bloggen. Helaas is die tijd zo beperkt dat ik die tijd dan liever in andere zaken steek dan wéér met mijn smoelwerk voor dit scherm te zitten. Ik zit dan bijvoorbeeld liever in de zetel de denken aan mijn strijk. Of te kijken hoe de teergeliefde de keuken opruimt. Kinderen opkweken is ook nog een boeiend tijdverdrijf. Alhoewel ik er nu sinds november véél minder tijd in moet steken, want er bestaat zo’n instituut waar ze dat voor u doen, uw kinders opvoeden. Hoe handig. Je kan je kinderen laten knutselen en kliederen en je hoeft daarna niet de hele living met de spons overgaan. Je zegt “bij jaat mijn kind, gij moogt gij hele dagen gillen” en toch heb je geen gehoorsverlies. Je kan je kinderen gerust hun overvolle beker op de rand van de tafel laten zetten, de inhoud komt nooit op jouw vloer terecht. En ja, er komen wel eens papiertjes mee van school, maar eerlijk, wie léést dat? “Maar ja kind, ik weet het, dat is jouw papier, jij mag daarop tekenen…”. Ja, ik ben zelf een enorme voorstander van de school.

En wat een geluk, sinds november hoort Léon nu ook bij de schoolgaande jeugd. Zo gerust ik bij de start van het oudste kind was (en bedrogen uitkwam), zo mijn twijfels had ik bij het jongste kind. Het jongste kind is zo een kind waar je om je persoonlijk comfort twee van zou moeten hebben. Want als er één altijd als een beenwarmer aan je been hangt, heb je in de praktijk één warm en één koud been. Zo zat ik thuis altijd met een koud been, een warm been en twee warme oren van het eeuwige gejengel. Ik had natuurlijk sterk mijn twijfels in hoeverre de juf zo’n beenwarmer zou appreciëren, wetende dat er zo nog een vijftiental andere in de gaten moet houden.

Alweer kwam ik bedrogen uit. De beenwarmer doet dat onwaarschijnlijk goed. De eerste dag wist de juf mij ditzelfde te vertellen: hij deed het erg goed . Hij had niet geweend( waarop Léon direct repliceerde dat hij wel geweend had) maar hij had wel in zijn broek geplast (waarop Léon tegenwierp dat hij niet in zijn broek geplast had, maar in een plas gevallen was – de geur vertelde mij dat dat dan wel een plas pipi geweest zal zijn). Ook vertelde ze dat hij veel babbelt en vertelt. Dat was goed nieuws, want dat wilde zeggen dat hij zich daar goed op zijn gemak voelt.

Léon is nog steeds enthousiast, en de juf blijft enthousiast. Af en toe vertelt ze eens iets, zoals in het begin van de week, toen hij tegen haar moet gezegd hebben “juffrou Anoe-oek, mijn mama heeft gezegd dat mijn mama ook eens juffrou Anouk zou willen zijn in mijn klas” (ik meen mij dit niet te herinneren, maar het is wel een situatie die hem goed zou uitkomen) of zoals ze gisteren vertelde dat alle kindjes stil in de kring zaten, en Léon ineens begon te zingen van ‘lief klein konijntje’ en hoe de andere kindjes begonnen mee te zingen. Ik wist niet eens dat hij dat liedje kende. Ik had nooit verwacht dat dit de Léon zou zijn dat ze op school te zien zouden krijgen. Net zoals ik nooit gedacht had dat Marie zo in de pas zou lopen op school (gezien haar voorkeur voor vrije expressie en afkeer voor ouderlijk gezag en de staat van het meubilair thuis).

Echt, ik ben een enorme fan van de school. Iedereen is gelukkig. Die lieve kinderverzorgsters van de creche worden wel gemist, want die zijn danook vier jaar een grote steun en wreed wijze compagnie geweest. Maar het leven gaat voort, de kleintjes worden groot. Zucht.

-Is het nog geen tijd om ze te gaan halen?-

Het book vol leugens

Kloef op het drukste moment in de examenperiode organiseren ze een feest. Speciaal voor mij om mij eens te kunnen ontspannen, zo werd er gezegd. Bleek dan uiteindelijk hun trouwfeest te zijn dus het zal wel niet zozeer voor mij geweest zijn…;)

Maar ken je dat, examenperiode, na een moordend semester. Het slaaptekort dat zich opbouwt. Ik had één geluk. Facebook. Andere genodigden status’ten over hun wallen, zelfs de bruid had het erover. Dus het zag er goed uit. Ik zou niet opvallen als wallegem tussen de wallegemmers.

Het tweede euvel waren de wit-reflecterende benen. Drie lagen Dove-specie en geen effect. Na eerst de Dove-specie toe te voegen aan de lijst der vergankelijke producten, was het tijd voor een paniekaanval. Ik belde de noodlijn. Oef. De aanwezigheid van de wallen bij de telefoniste werden bevestigd, dus ik zou zeker niet alleen zijn. De benen, tja, zij herinnerde mij dat op de uitnodiging stond: ‘KOM ZOALS JE BENT’. Dit had een gemak kunnen zijn mocht ik iemand zijn die er ook effectief uitziet zoals ze is. Maar mijn mediterane innerlijk staat in schril contrast met een schijtwitsproetgevlekt uiterlijk. Maar wederom werd mij verzekerd dat ook hierin ik niet alleen stond. Uiteindelijk nog eens Facebook geconsulteerd voor de eerste foto’s en ik meende daar toch een paar nylonkousen te ontwaren, dus dat ging ik ook doen. Ouwewijvennylons gingen het worden.

Met alle opgedane kennis werd er dus gekozen om met lenzen te gaan, de wallen niet weg te steken en bij deze op te gaan in de massa. De witte benen werden weggestoken achter een beige doorzichtig laagje en ik dacht bij mijzelf dat het allemaal nog wel goed te doen was.

En toen waren we op het feest. Bruid en bruidegom zagen er adembenemend uit. De bruid was ontroerend mooi, spijtig voor de bruidegom, die moest het daarmee met wat minder aandacht stellen. Bij het bruidspaar van wallen geen spoor. De hulplijn stond daar ook al, en ook bij haar geen wallen te bespeuren. De nylonkousen die ik dacht gezien te hebben bleken ook gewoon heel mooie benen te zijn. Facebook is een book vol leugens.

Beetje later toen ik het gesprek aanknoopte met iemand die ik welliswaar nog nooit ontmoet had maar wel al mee gemaild en wel herkend van -alweer- facebook, werd duidelijk dat ik eigenlijk incognito op het feest was. Ze had geen flauw idee wie tegen haar begon te vertellen. Vreemd dat ik ervanuit ging dat zij mij ook zou herkennen. Facebook is een book vol leugens. En ik ben er blijkbaar één van.

En ik geraak er maar niet uit of dat nu een goede, dan wel een slechte zaak is. Het zal wel een goede zaak zijn zeker…Maar onthoud dat ik een mediteraan type ben.

stok

1. Waarom besloot je ooit te bloggen?

Thuis zitten met zwangerschapsverlof, veel tijd, vriendinnen met een blog en de herinnering aan de goede punten voor opstel deden me starten, De slechte punten voor spelling hebben me niet tegengehouden.
2. Over welke verwezenlijking van jezelf ben je het meest trots?

Drie dagen heb ik nagedacht over deze vragen, en op nummer 2 heb ik nog steeds geen antwoord. Ik kan niet zeggen dat ik al iets noemenswaardig verwezenlijkt heb, toch zeker niet iets waar ik als enige de credits voor mag opeisen. Ik ben zeer trots op mijn kinderen, maar dat kan ik moeilijk een verwezenlijking noemen. Hun opvoeding zou een verwezenlijking kunnen genoemd worden, maar helaas blijven de resultaten nogal uit. Ze laten zich niet zo gemakkelijk opvoeden, en ik kan er niet aan doen, maar ook dat vervult mij van trots. Dus neen, geen verwezenlijkingen alhier. Mocht iemand toch op iets komen, laat gerust weten.🙂
3. Wat is je favoriet gerecht?

Ik zou alle dagen pasta kunnen eten, geen pizza, wel pasta. Niet teveel saus, niet teveel kaas. Maar… eergisteren hadden de teergeliefde en ik een lunch onder ons tweetjes (een zeldzaamheid tegenwoordig) en toen heb ik mij overpoeft met een zalig Marokaans lamsstoofpotje. Dus op dit moment is dat mijn absolute favoriet. (maar het kan ook aan het weer en de compagnie en de schaarste in dat soort etentjes gelegen hebben)
4. Van welk plekje in Gent houd je het meest?

Ik hou van Gent, ik heb er bijna heel mijn leven gewoond, ben er naar school geweest, in de KSA gezeten, … maar mijn favoriete plekje heb ik pas leren kennen toen ik samen met de teergeliefde op zoek was naar een plek voor ons. Zot gaan doen in het miljoenenkwartier, en fantaseren over welk huis we nu juist zouden kopen, een ijsje gaan halen bij Talamini en in het park gaan liggen gelijk de jeugd die we toen nog waren.
5. Welk boek heeft voor jou écht een nieuwe wereld geopend?

Dat moet wel ongetwijfeld het boek ‘Tiny helpt moeder’ geweest zijn.

Wie had dat kunnen denken, dat het mogelijk was om als kind iets te doen dat niet je moeder op de zenuwen  werkt, maar waar het mens nota bene gelukkig van wordt?!! Ik had wel al eerder moeder geholpen, met behangpapier aftrekken bijvoorbeeld, maar die hulp bleek te  laat te komen, meer exact een halve dag nadat het nieuwe behang er zorgvuldig aan was gehangen . Moeder werd er allesbehalve gelukkig van *ondergetekende wrijft bij de herinnering nog eens over haar pijnlijke kont*.

Tiny kon het wel. Het kind kon koken, dat kan ik nu nog steeds niet echt. Ze kende de lievelingsbloem van haar moeder, papavers, ik ga het nooit vergeten, ik wist wel dat mama’s van papa’s hielden, maar niet dat die vers moesten zijn. En Tiny deed dit alles zonder ruzie te maken met haar broer.

Een ware openbaring dus. Alle pogingen om Tiny te evenaren zijn vreemd genoeg wel op fiasco’s uitgelopen.
6. Welk talent had je graag gehad, dat je nu jammer genoeg moet missen?

Mijn eerste reflex hier als antwoord is : niks. Ik ben tevreden en mis niks. Ik heb ben nergens een groot talent in, maar vind mijzelf toch veelzijdig genoeg om mij niet beperkt te voelen. Er is niets waar ik niet aan kan werken, zoals bijvoorbeeld wat assertiever zijn als ik onverwachts verbaal aangevallen word, of relativeren als het over mijn gezin gaat.  Of wacht… eten kruiden. Daar heb ik nu echt eens geen kaas van gegeten. Ik eet graag lekker, maar ik kan nog geen soep maken die de naam soep waardig is. Mijn definitieve antwoord is het talent om graag en lekker te koken.
7. Van welk onderwerp zouden je kennissen en familie het meest verwonderd zijn dat je daar eigenlijk ook wel interesse voor hebt?

Onkruid. Waarom noemen wij bepaalde planten onkruid noemen en of het niet handiger zou zijn om gras onkruid te noemen, dat zou ons een hoop werk aan ons gazon besparen. Welk onkruid diepe wortels heeft en welk niet, hoe ze groeien, en last but not least, hoe je er vanaf kan geraken. Alhoewel, zo verbaast zou mijn omgeving daar ook niet over zijn…
8. Wat is je favoriet kunstwerk?

De man die de wolken meet, van Jan Fabre. Een deskundige uitleg kan ik daar niet over geven.

En als ik nog iets zou mogen noemen. Ik zou graag Christo Redentor (Rio de Janeiro) graag eens in ’t echt zien.
9. Waarover zou je graag veel meer weten?

Onkruid. Daar weet ik nog veel te weinig van. En de leerstof in mijn opleiding, daar weet ik ook nog veel te weinig van.  En loodgieterij, en hybride wagens (na uitgelachen te zijn door de teergeliefde over de domme assumptie dat hybride wagens op water reden). En over het klimaat. En over dictatuur (wat de dictatuur die ik hier in huis probeer op te bouwen vertoont gaten). En hoe het komt dat de kinderen van vandaag zo anders zijn dan de kinderen die wij vroeger waren (of gaat dat nu weer over dictatuur?) En… ik heb nogal een breed interesseveld.
10. Wat staat er nog op je to-do lijstje, waarvan je vindt dat je het toch één keer in je leven zou moeten gedaan hebben?

Naar Amerika gaan en daar nog eens trouwen met de teergeliefde, op een strand, door Elvis Prestley.  Maar hij mag niet ‘in the getto’ zingen, want dat past niet bij ons verleden van wandelen in het miljoenenkwartier.
11. En gezien mijn grote liefde en interesse voor muziek: welk album is jouw absoluut levenslang topalbum, het beste van je hele leven?

Ik ben alles vrij snel beu, maar er zijn toch een paar cd’s die ik blijf spelen. De eerste cd ‘Broken boy soldiers’ van The Raconteurs is daar de absolute nummer 1. Ik kan er twintig keer na elkaar naar luisteren zonder dat het mij beu wordt. Onze openingsdans bijna 5 jaar geleden kwam er ook uit. Ik zou er beter een reserve van kopen, voor het geval dat er eens een wreed accident gebeurt waarbij het ding sneuvelt.

Sven, dat waren echt geen gemakkelijke vragen en ik kan het weten want ik had niet zo lang geleden examens. Ik denk nog even na over een eigen stokversie.

De kunst van het te luid roepen

Er is niets mis met af en toe eens goed ziek te zijn.

Het zijn woorden die op een onbewaakt moment al eens uit mijn mond plegen te ontsnappen. Niet eens zo raar, aangezien ik gezegend ben met een weerstand om U tegen te zeggen. En nu vergeet ik ook bewust even dat wanneer ik eens een onnozelheid van een ziektetje heb, dat dan ook wel een versie is om U tegen te zeggen (zoals die ooronsteking die drie maand duurde, of die koortsblaas waarvan mijn halsklieren zo opzwollen dat ik enkel nog rechtendoor kon kijken, alhoewel kijken alleen al zo’n zeer deed), ja laat ons dàt even vergeten.
Zo’n beetje ziek zijn, af en toe, niet te veel, daar wordt een mens vast en zeker sterker van.

Dus, kinderen laten vaccineren tegen de windpokken? Nee hoor! Zo eens de windpokken hebben, daar worden ze vast en zeker sterker van.

En zo gaat dan dan. Kinderen windpokken doen krijgen vergt immens veel energie van de geëngageerde ouder. Het voordurend de omgeving afturen op eerste tekenen, want je moet er vroeg bij zijn. Vergeefs tutjes uitwisselen, kinderen uit elkaars beker laten drinken, kusjes laten geven, en alles laten doen waar ze anders voor berispt worden. Voor de goede zaak, wat ‘ dan zijn ze er van af ‘. Misschien moeten we hier ook even het feit negeren dat ik een zus heb die er in slaagde om twee keer de windpokken te krijgen, herexamen voor windpokken, stel je voor…

En toen namen de windpokken Marie’s klasje over. Al 7 slachtoffertjes, waaronder vooral dochterlief’s beste vriendjes. In het weekend verkondigde ik dus luid dat het wel godgeklaagd was hoe dochterlief er dus weer aan ontsnapte. Er werden al plannen gesmeedt, want deze keer moest het toch echt wel lukken. Vol blaasjes zou ze staan, al moest ik ze er zelf op smeren. Dat was op zaterdag (en een beetje op zondag, want het was al erg laat die zaterdag).

Op dinsdag, aan de schoolpoort was de frank al gevallen, en probeerde ik schoorvoetend terug te komen op al mijn verkondigingen en ideeën. Want het was echt geen goede week om de windpokken te krijgen. Carnavalfeest in de klas, nu ik eens een carnavalkostuum gekocht had. En de pestweek, met het pestlintje en het pestlied met de pestdans waar de dochter zo helemaal niet de pest aan had. Ik kon haar dat toch niet afpakken! En ons weekendje weg waar we al zo lang naar uitkeken, met vrienden waaronder één zwanger exemplaar, ze kon ons dat toch niet afpakken. De mama naast mij gaf mij voor de volle honderd procent gelijk. Het was echt niet het moment.

Nog geen uur later was het duidelijk. Ik had te luid geroepen. Op het kind stonden 5 pukkels te blinken. Oh neen, zes, of neen, twaalf. En dan had ik nog niet in haar haar gekeken.

Vandaag ietsje meer dan een week later staan de 147 pukkels al mooi droog, blijkt Marie géén krabber, hebben we een heel leuk weekend achter de rug (want de vriendin was immuun) en kunnen wij toch besluiten dat er niks mis is met eens een keertje ziek zijn. Het gevecht om haar in bed te krijgen deze avond liet ons zien dat ze er echt sterker is uit gekomen.

En nu bidden dat Léon zijn koortsigheid van zijn verkoudheid komt, want twee pokkekinderen op twee weken is nu echt wel teveel van het goede. Ik zou er zeker zwakker van worden