Archief voor de categorie 'Santé! en andere gezondheden'

De laatste wens

Vroeger las je soms in verhalen en strips hoe ter dood veroordeelden nog een laatste wens mochten doen. In de stomme boeken kozen ze dikwijls voor een lekkere maaltijd, in de reclame kozen ze voor een chocotoff. En mij hield het altijd bezig, wat ik zou kiezen als laatste wens. Ik dacht altijd dingen als: nog lang mogen leven, of nog 10 wensen mogen doen…

Overlaatst wist ik het. Mocht ik ter dood veroordeeld worden -ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom, misschien voor verwaarlozing van mijn blog…- dan zou ik niet aarzelen. Ik zou mijn eisen stellen over wat er nadien met mij moet gebeuren. Op tv worden de lijken op een koude metalen plaat in een kast gelegd, met een laken over hun lichaam, dat helaas altijd net tekort is om hun blote voeten te bedekken.

Ik weet niet of er leven na de dood is, maar als het zo is, dan wil ik geen engel zijn met koude voeten. Als ik naar de hel ga is de kans op koude voeten waarschijnlijk al niet meer zo groot. Maar dan nog…

Ik vraag een stel warme kousen. Of een lang gezellig deken. Of. Niet allebei, want ik kan geen kousen af onder een deken. Een korter deken mag enkel als ik onthoofd word. Om evidente redenen.

En als ik dan nog een tip mag geven voor de lijkenman. Geen koordje met naamkaartje rond mijn teen. Ik heb geweldig veel kriebels aan mijn voeten. Die man zou niet weten waar hij het heeft. Ik zou vast en zeker het eerste lijk zijn dat ligt te kronkelen op zijn tafel.

Iemand anders nog laatste wensen?

Het parcours dat niet foutloos mocht zijn.

Ooit, lang geleden, toen de planten nog spraken, en ik nog jong, dom en gezond was, heb ik eens een voornemen gemaakt. Intussen ben ik nog altijd vrij jong, nog altijd vrij dom en nog altijd vrij gezond (al knelt daar het schoentje een beetje…) en weet ik dat voornemens maken niet slecht is, maar ze aan je vriendinnen en collega’s vertellen wèl bijzonder dom is.

Dus wat neemt een jonge domme en gezonde vrouw zich voor op de dag dat haar werkende leven zich voor haar ontrolt: “Ik ga voor een foutloos parcours! Op de dag van mijn pensioen zal geen enkele ziektedag mijn vijfenzeventigduizend loonfiches ontsiert hebben!”

Gelach en gespot alom.

Maar voor deze jonge domme en gezonde vrouw was dat geen onbezonnen idee hoor! Ik mij verdedigen. Moeilijke jeugd gehad… Blablabla… Jawel. Mama ik heb keelpijn! – ah, hier zie, nen Fichermen’s Friend! Mama ik heb moeten braken, moet ik naar school? – Tzal er nu wel uit zijn, ga maar naar school! Mama ik heb hoofdpijn! – kruipt gij vanavond wa vroeger in uw bed, da’s van de moeite! Mijn hele schoolcarrière geen dag gemist. En als het dan toch eens een serieuze buikgriep was, was het meestal niet eens in mijn lijf, maar in dat van al de rest van het gezin. Hypochondrie was volgens moeder geen echte ziekte, je mocht er nog zo ziek van zijn. Die plastic zak mocht nòg een half jaar aan mijn bed hangen, schoolgaan zou ik doen! Ik ging nochthans graag naar school, ik wou gewoon een keertje verlof als een ander het niet had. Wist ik veel dat ziekteverlof niet plezant is. Wat is er verkeerd met een jonge domme en gezonde vrouw die haar leven overschouwd en van een gemis een deugd wou maken?

Gelach en gespot alom.

Hebben ze geen gelijk gekregen zekerst! Dit jaar was het van dat. In mei waren de eerste twee ziektedagen een feit. Het kon niet zijn. Die dodelijke angine die mijn keel al een lijkenkleur, geur en smaak gaf (al heb heb ik nog nooit een mensenlijk geproeft) heb ik kunnen doorstaan, maar dat maagdarmvirus dat daarna volgde, dat vond de huisarts zelfs te bar. Te besmettelijk. Mocht niet gaan werken.

Gelach en gespot en nog meer gelach alom.En zelfs de vraag om een blogje erover!

En nu zondag, zat ik daar weer op het werk. Eén hoopje ellende, pendelend tussen het toilet en de bureau. Vol hoop om er maandag terug te staan. Maar het heeft wederom niet mogen zijn. Dag drie staat genoteerd.

Dus beste vriendinnen en collega’s, lach ende spot! Het kan mij geen knijt schelen want ik ben mottig en heb andere zorgen. Mijn parcours is toch al om zeep. Lieve Elke T-man Lizarazu, dit was dus het blogje. ;-)

Of heeft iemand nog een ander parcours in gedachten?

Een zomer vol sterren

Zie mij hier nu zitten, in de zon, op ons terras. Het is er dus toch nog van gekomen. Net voor het bouwverlof tikte de terrassenlegger op de ruit met de medeling dat hij den boel kwam uitgraven. Oprit en terras. En op twee dagen en een half was het geflikt. En toen is de zomer begonnen (helaas gaat het hier over een volstrekt subjectieve beleving en niet over het weer…).

En een goed terras dat dat hier is! Sterke tegels! Want er zijn hier al een paar stuiken gezet zulle! De dochter heeft hier al vele sterren gezien. En wij daarmee ook!

Vorige week was ze Cassius Clay die nen toek op zijn oog had gekregen. De Foreman in kwestie was op dat moment een houten doosje waar puzzelblokken in zitten. Een week met een blauw oog.

We hadden hier ook al met Hitchcock te maken gehad. The Birds waren eigenlijk De Muggen.  Het kind blijkt allergisch, dus twee weken grote rooie blaften op haar armen en nek.

Verder is ze al een 101 Dalmatier, met al die blauwe plekken op haar benen en voorhoofd. Het kind is dus deftig aan het leren van het trapje van terras naar keuken en omgekeerd te doen zonder vasthouden.

En gisteren hebben we The Joker gezien. Met haar mond op een emmer gevallen. Bloeden! Haar bovenlip in twee, en een losse tand. En dan hebben we het nog niet gehad over de staat van de emmer! Dus wij naar spoed (met het kind, niet de emmer). Gelukkig bleek het allemaal niet zo erg. Het tandje kan hoogstens een dood tandje worden, en de lip zal vanzelf weer aaneen groeien. Hechten gaf geen voordelen.

Vandaag hebben we Angelina Jolie uit haar bedje gehaald. Dwz dat de rooie streep van de emmer op haar kaken verdwenen zijn, nu enkel nog die dikke lip.

‘t Is een mooie zomer hier op ons terras. Maar toch… Ergens vind ik het heel vervelend dat in die twee weken dat ze bij ons thuis is, de dochter de ene stuik na de andere zet. We kunnen ze toch niet vastbinden, onze (J)An Zonder Vrees.  Ik ga nooit meer zagen voor een terras. Nooit meer.

Koningin Angina

Ik had liever Kulderzipken gehad, een eenvoudige boerenjongen, of Prinses Prieeltje, met al haar zotheid. Zelfs koning Jozef had beter geweest dan Koningin Angina. Op Ketnet deed ze zich altijd voor als de ietwat naïeve bemiddelaarster, maar ik weet wel beter intussen.

Ze is hier al twee dagen op bezoek, vandaag de derde dag, en ik ben er echt niet goed van! Dat mens kan 2 stenen doen vechten. De derde wereldoorlog is bezig in mijn lijf. Barstende koppijn, een vervelende druk en gekriebel in mijn oor, een slechte smaak in mijn mond, koude rillingen afgewisseld met zweetbuien en last but oh so not least: keelpijn. ‘t Is maar dat het geen zicht is om je kwijl zomaar uit je mond te laten lopen op mijn leeftijd, maar anders zou ik nooit meer slikken!

Gisteren de namiddag vrij genomen om wat te kunnen uitzieken, en naar de dokter te gaan, maar eerst de zus gebeld om af te bellen voor de cursus van ’s avonds (betegelen) en dan mijn bed in. Oh ja, de boodschap ZIEK was duidelijk overgekomen bij de zus: om half 4 werd er aan de deur gebeld, en opnieuw gebeld. Deze zwetende ijsblok is dan maar in haar pyama geschoten om de deur open te maken : De zus. Ze had druiven willen meebrengen maar haar oog was op een bakske aardbeien gevallen dus kwam ze die dan maar afgeven. Ik eet graag aardbeien, maar koningin Angina moet er niet van weten, dus begrijp je dat ik niet extatisch was toen ik de zus en de aardbeien binnenliet. Maar goed, snel de elvendertigste dafalgan achter de kiezen geslagen, en het werd nog wel gezellig.

Sinds vanmorgen ben ik in het bezit van een duivels antibioticum, en ik verwacht er veel van want ik heb nog veel werk. Ik moet nog kuisen, wassen (2xper dag van kledij gewisseld wegens uitwringbaar nat), aardbeien eten voor ze slecht worden, en een doos vanilleijs gaan kopen, want aardbeien met ijs zijn toch net iets lekkerder.

Verslag van een ornitholoog

De wachtzaal van de dokter zat lappende vol. Vol zieke vogels. Dus wat kan een mens daar beter doen dan eens goed observeren.

Naast mij zat een dame van jaar of 300. Om de 4 minuten zei ze : “tchhhh, joengens toch! ” Voor de rest staarde ze de hele tijd voor zich uit. En één keer sprak ze: ” allemoale een vallinghe”. Een beetje een stervende vogel denk ik.

Aan de andere kant van mij zat een ongeveer 35 jaar oude vrouw met een aktentas en deftige kleren. Eén van de soort die ik het minst graag zie in de wachtkamer. Een vertegenwoordigster. Ik weet dat wel, dat is hun werk, maar zij zijn niet ziek, dus vind ik niet dat ik na hen moet gaan. Ze heeft niet bewogen. Het is maar dat ze ineens opstond, anders had ik er zelfs aan getwijfeld of ze wel ademde. Ze leek op een dode vogel, maar toen ze opstond bleek ze een secretarisvogel.

Daar schuin tegenover zaten twee -ik zeg maar iets- turkse vrouwen en in de overlangse hoek een -ik zeg maar- turkse man. Ze hadden alledrie heel veel plezier, maar wij konden niet meelachen want ik snarst geen snap van wat ze zeiden. Blijkbaar hoorden ze bij elkaar. Maar ik weet niet wie van de drie het ziek vogeltje was.

Naast het -ik zeg maar iets- turkse vrouwelijke duo zat een vrouw met een babymeisje van 10 maand. Die tien maand weet ik omdat ze het mij heeft verteld, dat het een meisje is weet ik omdat het belachelijk zou zijn om een jongetje in zulke kleren te steken. Het meisje was het zieke vogeltje, en het was waarschijnlijk even ziek als mijn ziek vogeltje.

In de hoek zat een mama -van een niet nader te identificeren nationaliteit- met twee kinderen -van dezelfde niet nader te identificeren identiteit. De kinderen waren heel goed opgevoed, wat een zegen is in een wachtkamer. De mama krijgt van mij alle krediet hiervoor want toen ik binnenkwam heeft zij haar stoel afgestaan aan mij om zich zelf bij haar welopgevoede kinderen op de bank te gaan zetten. Ik denk dat het kleinste kindje het ziek vogeltje was.

Dan hadden we tot slot nog naast de deftige vertegenwoordigster -wat had ze pech- de vreemde eend in de bijt. Een man, ik denk oostblokker want hij sprak nogal veel duitse woorden,  werkelijk een vreemde vogel. Kon geen 2 seconden stil blijven zitten. Greep af en toe heel dramatisch zijn been vast met een schreeuw (niet altijd hetzelfde been) of riep ineens “Aaaargh! Schmerzen! Aaaaargh! Dokter! Dokter!” Toen het babymeisje rechttegenover hem haar tutje liet vallen, liet hij zich met veel gekreun van zijn stoel glijden en stunte zich met stijve ledematen tot bij het tutje. Hij was zo attent om het tutje niet bij het rubber vast te nemen, maar ik heb de mama het tutje niet zien terug geven aan haar ziek vogeltje. Ik weet niet of er woorden bestaan die beschrijven op welke manier hij in de dokter zijn spreekkamer geraakt is. Kreupelen, is dat een woord? Hij was beslist een vogelbekdier (niet geschikt om te lopen).

Mensen Vogels kijken, doen we dat niet allemaal graag? Jullie mochten met mij meekijken, gratis en voor niks, en je hebt niet moeten wachten, en het is graag gedaan :-D

Over twee vogeltjes…

De teergeliefde Bob (de bouwer) kwam hier zaterdagavond binnengevallen met de woorden : “ik ben een gewond vogeltje”. Had een grote zware chauffage op zijn vingers laten vallen. Stak hij zijn middelvinger naar mij op, zodat ik het gedrocht eens goed kon bekijken: blauw, dik, bebloed, gezwollen, … Pijnlijke affaire dus. De poepsjieke huisarts van wacht heeft de teergeliefde gelukkig uit zijn lijden kunnen verlossen door een gat in zijn nagel te laseren en vervolgens het boeltje eens goed in te pakken.

Ik zag het wreed zitten toen ik op zondagmorgen zijn verbandje naast het bed vond. Dan kon ik zijn gat ook eens zien (voor de slechte verstaanders: in zijn nagel). Ik verwachte me aan een gat van 3mm doorsnee met daaronder lillend kloppend wit vlees… de teleurstelling echter: een piepklein bruin puntje op zijn nagel. Volgens mij was de poepsjieke huisarts van wacht uitgerust met de poepsjiekste uitvoering van een placebo-laser. Maar goed, ik heb de teergeliefde van heel den dag niet meer gehoord, dus gewond vogeltje was opgelapt.

Dan hadden we hier ook nog een ziek vogeltje. Hoesten, groen snot en dat was nog niks. Een HELE DAG gejammer en geween. En geloof mij vrij, zo hebben we ze nog nooit gezien! Ons altijd content meisje was met niks te troosten. Vanmorgen mee naar de dokter geweest (de gewone, niet de poepsjieke). Het verdict: ons klein vogeltje dat intussen geen stem meer heeft is niet ziek. Dat is nu al de tweede keer dat ik met de dochter naar de dokter ga voor niemendalle. (het lijkt hier wel een aflevering van dokters en dochters…) Longen, oren, neus, keel… alles ok.  Gewoon een zware verkoudheid dus…

Dat wil zeggen dat ik (de kloek volgens mijn vader) dit weekend met een vogeltje zat dat niet echt gewond was, en met een vogeltje dat niet echt ziek is. En weet je hoeveel dat gekost heeft? Eh, ik vind de papieren hier niet, maar ik zal het je zeggen… genoeg! Gelukkig weet ik wel dat die groene briefjes voor de cm zijn ipv de vuilbak hé Trom? :-D

Moeferkoe, uw held

Heb je het gehoord op de radio? Of misschien op de tv gezien? Dat vreselijke accident met die vrachtwagen op de N60? Hij had niet gezien dat het een rotonde was, wou links afslaan. Kwamen er een heleboel auto’s zijn richting uit. Neen? Niks over gehoord?
Dat is helemaal niet vreemd! Want uw Moeferkoe was daar! En zo dus met een 15tal keer met de lichten te trekken is er wreed accident vermeden!

En niet alleen in het verkeer probeer ik mijn steentje bij te dragen! Ook thuis zorg ik voor een veilige leefomgeving. Althans, dat poog ik te doen. Helaas, de dochter vindt deze beveiligingen bijzonder lachwekkend. 6 keer heb ik vandaag het beschermingshoekje aangebracht op de hoek van de salontafel. 6 keer heeft dochterlief het hoekje eraf getrokken.

In ieder geval, voelt u zich onveilig? Geef me maar een seintje. Moeferkoe zorgt voor oe!

Wij zijn echte!

Wij laten ons niet van ons stuk brengen! Door niks of niemand! Niet de kou, niet de sneeuw, niet het ijs, niet de potentiële huurders die ons een halve dag gijzelen en dan niet komen opdagen, …

De teergeliefde, dat is nen echten! Supercool heeft hij zijn dochter afgezet voor haar eerste crèchedag. Verbaasd, gelijk nen echten verbaasden toen dochterlief blij lachend de boel verkende, zat er voor hem niks anders op dan maar naar zijn werk te trekken. 

En ik! Ik ben ook een echte! Zo mottig als ik was op die maandag, ik heb mij niet gegeven. Ook al was de reden mij niet duidelijk voor kreunende darmen en zeezieke maag. Mijzelf kennende kon het heel goed weer eens tussen mijn oren zitten. Ik ben geen nerveus mens, maar ik had zonder die drie immodiums op mijn trouwdag mijn kleed anders nooit proper kunnen houden tot in de kerk. Dus goed mogelijk dat Marie’s eerste crèchedag er voor iets tussen zat ook al vermoedde ik geen problemen. Het kon echter ook mijn angst voor voedselvergiftigingen zijn die weer de kop op stak na het eten van iets wat mijns inziens al ver ver ver overtijd was (ben redelijk paranoia wat eten betreft). In ieder geval, ik heb die dag gespurt (naar de wc), gewerkt (als ik niet op de wc zat), en niet – ik herhaal- NIET naar de crèche gebeld! Wat ben ik toch een echte! 

Maar Marie! Dat is nu eens een echte zeg! Ik ging haar rond half vier halen, madam lag te luieren in de armen van de verzorgster. En ze vond het blijkbaar erg amusant dat ik daar ineens voor haar neus stond. Lachen, ja, maar geen aanstalten om bij mij te komen, neen.  (ik heb het hier over Marie, niet over de verzorgster) En niks dan lof over mijn meisje! Goed geslapen, alles opgegeten, en gespeeld tegen honderd in ‘t uur, of om de verzorgster te citeren: ” gelijk of dat ze hier al jaren over de vloer komt”. En ze leek helemaal niet te snappen waarom al die kindjes huilden.  Ikke content natuurlijk. Thuisgekomen de dochter overvloedig bejubeld, helaas waarschijnlijk ook een beetje te geweldig (want ik ben immers een echte) want een uur na thuiskomst heeft dochterlief er al haar crèchevoer eruitgebonjourt (en niet via de gebruikelijke compacte en hygiënische pamper-weg). Neen, de enige echte weg voor zo’n echte: de kortste weg. (maar ik heb alles opgekuist gelijk een echte).

Ja, wij zijn echte! Maar had iemand anders verwacht? Hé? Ik dacht het al. Ik hoor geen protest. Hà. Jullie zijn blijkbaar ook echten!

Doe er mij maar nog één!

Content! Content! Niet te doen! Zooo content! Ben weer aan het werk sinds twee dagen en het is alsof ik nooit ben weggeweest. (voor mij dan toch, voor de collega’s zal het wel weer even wennen zijn vrees ik).

Veel mensen vonden het stom, zo nog net die laatste dagen van het jaar moeten gaan werken. Ikzelf heb er nauwelijks bij stilgestaan. Ik heb geen dagen afgeteld, geen streepjes op de muur gezet. Ineens was hij er gewoon, die dag waarop ik weer om 6u op moest en mij weer rot moest haasten om nog op tijd te komen. En ik heb het gevoel dat ik het jaar goed kan eindigen.

En wat voor een jaar is het geweest! Twee maand gewerkt, drie maand en 8 dagen (grrrr…. 8 dagen!!!) chagrijnig zwanger zitten wezen, een viertal uurtjes liggen bevallen, en dan 6 maand luie taart geweest en leute gehad met onze luxe-dochter. Een huisje gebouwd (bijna af), autootje gekocht (bijna geleverd), blogje gestart (bijna op sterven na dood, maar vandaag net op tijd gereanimeerd). Wat een top-jaar!

Dus wat ik mijzelf wens voor het nieuwe jaar : dat we er nog zo één mogen beleven. En weet je wat? Geef iedereen er maar één! Tournée générale!

E kursbloaze

*WARNING: this blog is contagious*

Laten we even doktertje spelen. Jij bent de dokter, ik ben patiënt. Ik kom bij jou op consultatie. Je merkt meteen een blafte van een kroet op mijn wezen, maar je zegt niks. En ik steek van wal: ik heb koorts, ik kan mijn hoofd niet draaien, mijn rechterhelft van mijn hals staat drie keer zo dik als normaal en doet vreselijk pijn. Mijn rechteroog doet pijn als ik knipper, mijn rechterhelft van mijn gezicht prikkelt continu. Ik heb blaasjes op mijn kin, mijn lip en in mijn mond. Mijn rechteroor doet ook pijn. En ik kan niet slapen. En ik voel me zo gigantisch moe…

Wat is het eerste dat u door het hoofd schiet? Builenpest… Zwarte pest… Melaatsheid… of in het beste geval de zona… Inderdaad !!! Zo dacht ik het ook! Maar mijn huisarts vier jaar geleden dacht er dus anders over. “Oh, dat is een koortsblaas, dat is allemaal normaal, zal van zijn eigen wel weg gaan”

Ik hondevies naar huis. Ofwel had ik a) een onwaarschijnlijk incompetente huisarts gespeend van nul komma nul empathisch vermogen ofwel b) was ik weeral eens voor een scheet naar de huisarts getrokken (ben er ook eens bij geweest voor 11 megamuggebeten gepaard met megagezwollen klieren en megagezwollen benen). Maar het bleek dus het laatste te zijn maar met het tweede deel van de eerste optie.

Sindsdien is mijn leven nooit meer hetzelfde geweest. Schrik dat vrouwe H. Simplex mij liggen ging hebben op mijn trouw, of op elk feest waar een mens toch een beetje treffelijk voor de dag wil komen.

Gisteravond dacht ik twee gemene puisten op mijn kin te ontwaren. Gelijk een bezetene ben ik de badkamer ingestoven en binnen de minuut was mijn hele kin omgeploegd. Een kwak isobetadine en een lakske erop en klaar was kees.

Twee uur later, jeuk! jeuk! En toen is hij gevallen. Simplex heeft mij weer eens liggen gehad. Maar het is om zeep. En sebiet moet ik op babybezoek. Kleine Jesse zal denken dat hij bezoek heeft gekregen van de klokkenluidster van de Notre Dame. Met drie kilo Zovirax op mijn kin hoop ik op een mirakel dat niet zal komen.

Geen idee wie dat vuile virus vier jaar geleden op mij heeft gesmeten. Maar als ik er ooit achter kom… vraag ik meteen de echtscheiding aan!

Volgende Pagina »