Jaloers!!! Jaloers ben ik. Op iedereen met een terras. Ik ben zelfs jaloers op haar stabilisé! Want met dit mooie weer slijt ik mijn dagen binnen, over een bassin kwijlend naar het terras en het gras van de buren. (dat bassintje is niet Marie haar badje, voor alle duidelijkheid).
Het is niet dat we niks hebben, hoor. We hebben onkruid, papaver, tengels, stukken betong, hout, zand en mos. We hebben ook heuvels. Het is te zeggen, als je niet kijkt waar je loopt, breek je gegarandeerd je poten. Of nog anders gezegd, het is het soort terrein waar de eerstgeborene (en neen, er is geen tweedstgeborene en ook niet op komst… miljaar, duuzend keer per dag diezelfde vraag…) schoenen aan MOET, en aan het handje MOET lopen teneinde niet onzacht met de Zonnedorpse bodem in aanraking te komen. (je moet het haar eens proberen uitleggen…)
Het was anders gepland. Het terras had er al moeten liggen, maar toen besliste een egoïstische chauffeur die van tien negen op een appartement woont wraak te nemen voor zijn verstikkend warme kleine woonst (ook meegemaakt) door zijn bolide met een rotvaart in onze terrasaannemer zijn twee carpoolende werknemers hun gat te rammen. Ze liggen alletwee in de kliniek, hun baas zit in de puree, en wij zitten nog altijd een wildernis. En Marie zit in haar plonsbadje in de keuken. Zonder water.
Met het terras, zou ook de oprit gelegd worden, en een pad langs het huis, maar dat is dus ook afwachten. Dus ik blijf vegen, stofzuigen en dweilen. En ik blijf springen. Triestig hoor, als je je ramen langs de buitenkant wil kuisen, en je bent te klein om tot boven te geraken. En kriebelen dat dat doet, dat vuile sop dat langs je hand via de pols, over je arm naar je oksel loopt. En dan heb ik het nog niet over de spatten in mijn wezen.
Fietsen had ook leuk geweest, maar dat is zo’n gedoe zonder oprit. Eerst de tweewieler uit de garage hijsen, dan een plekje zoeken waar hij wel op zijn pikkel blijft staan, dan het kind erin zetten, dan merken dat hij minder stabiel staat dan je dacht, dan de fiets verrijden, dichter bij de garage, en zelf voor pikkel spelen en zo dan heel handig de garagepoort sluiten.
En Moeferkoe zou Moeferkoe niet zijn mocht ze dan niet merken dat haar sjakosj nog binnen ligt.
En Moeferkoe zou Moeferkoe niet zijn mocht ze niet hele dagen over niks anders zagen dan het triestige leven in dit triestige weer zonder terras. Hele dagen. Zagen. Over het gebrek aan een terras.
Voelt u de uitnodiging tot uitnodiging? Op uw terras? Ik zal niet zagen. Over mijn gebrek. Aan een terras. Echt.
De aandachtige lezer sprak: