Archief voor de categorie 'nederlandsch'

Ik ben al groot

- 5 tomaten, 2 komkommers, een zak patatten, een kleine zak ajuinen en een kilo wortelen

- dus 5 tomaatjes, 2 komkommerkes, een zakske patatjes, een zakske ajuintjes en een kilo wortelkes…

- (grom) dat is alles

- Dat is dan 12 eurootjes en 56 centjes alstublieft

- (grom alweer en betaal)

- Voilà zie, hier nog 44 centjes en uw groentjes! Ah, en vergeet uw ticketje niet!

Veel mensen zullen hier geen graten in zien maar AAAaaaargh!!! GROENTJES!!! Ik HAAT dat woord!!! Dan krijg ik zin om  hun groentjes op de grond te keilen! Dat woord bestáát niet eens! Ik heb het opgezocht in de vandale: staat er niet in.

Zijn de groenten nu kleiner dan een paar jaar geleden? Of is de groentenverkoper gewoon voorzienig en weet hij al dat de groenten zullen krimpen in de pot? Zeggen de hollanders ook groentjes? Of vinden ze dat betuttelend?

Ik vind dat zeer betuttelend. Ik hou niet van verkleinwoorden en ik gebruik ze nauwelijks. Dus wie bij mij komt eten: We eten patatten (in een zotte bui mogen het al eens batatten zijn), en groenten. En slechts 2 uitzonderingen: kerstomaatjes en preitjes (op mijn dijtjes).

De sint zag mij graag

Dit is een waargebeurd verhaal over Hollanders, Spanjaarden en speeksel. En de sint. Van wie ik dacht dat hij mij graag zag.

Het begon gisteravond. De sint was al bij peter en moeke langs geweest, en had er naast een heleboel zoetigheid ook een muzikale rups en een interactieve telefoon achtergelaten voor Marie. Die vlaamse ardennen maken de sint altijd een beetje week van hart, want hier bij ons komt hij nog niet voor ons meisje. In al zijn weekheid had hij zelfs rekening gehouden met de wensen van de mama.

De mama -ik dus- ergert zich al sinds Halloween aan de schreeuwerige reclames voor speelgoed op tv. Waarom moeten die waren altijd aangeprezen worden door een hyperkinetische onverstaanbare Hollandse troela? Waarom klinken ze altijd als: “weisjewasjegowshawta-vetcool!” ? Waarom wil “Nederlands gesproken” eigenlijk zeggen “Hollands ingeroepen”? (en dan heb ik het nog niet over tekenfilms gehad)

De wensen van mama waren dus heel eenvoudig: niets “nederlands gesproken”.

Op de doos van de goedheilige man zijn telefoon stond een sticker: “nederlands gesproken”. Hmmm… Een sint met humor… Ik drukte op de knop met de tekening van de brandweerwagen en de telefoon sprak vlotjes de woorden: el coche de bomberos! Hmmm… een sint met héél veel zin voor humor…

Vandaag klonk dus de hele dag vanuit haar park: uno… dos… très… otto… el coche de bomberos… adios!…

Moeder content! Ik zag mijzelf al de eerste schooldag door de kleuterjuf tegengehouden worden: “Marie spreekt wel érg goed spaans!” En ik dan bescheiden : “ach… dat ging vanzelf…”

Tot deze middag rond drie uur (très).

Ongeveer elk onderdeeltje van de telefoon moet al bekwijld geweest zijn (deze info kan belangrijk zijn voor het plot van mijn verhaal). Tante Biene was op bezoek, had ook al veel spaanse woordjes geleerd, en riep ineens: “huh?! Heb je dat al gehoord?” Ik vlieg daar met drie bavetten naar dat park, want gelijk welk geluid ik uit dat park hoor komen, het heeft altijd met enige vochtige substantie te maken, maar neen, tante Biene drukt op de knop met de brandweerwagen en de telefoon zegt ” de brandweerwagen”.

Toen de papa thuiskwam -die ook zeer van zijn sokken geblazen was met het nieuws- hebben we ongeveer alle toetsencombinaties geprobeerd, maar het ding is niet meer in het spaans te krijgen. Nu rest ons niks meer dan te zeggen: hmmm… Een sint met bijzonder veel humor! (dwz. het is nog te vroeg om de truc met de val uit het park uit te proberen, en zelf beginnen kwijlen over de telefoon gaat ons net iets te ver)

Ik hoop dat binnen twee jaar de kleuterjuf mij niet terugroept om te vragen of ‘Marie’s papa toevallig genen ollander is?’ Lieve sint, ik maak mijn grapjes liever zelf!

Bekennen: ik beken-ik bekende-ik heb bekend

Afhaken: ik haak af-ik haakte af-ik heb afgehaakt

Wanneer? hoor ik u vragen. Wel, toen ze de nieuwe spelling hebben ingevoerd. Gedaan met de goede punten voor dictee. Gedaan met op tv meedoen aan het groot dictee der Nederlandse taal. Verwarring alom. Ik weet het nog goed. Ik was een jaar of 14 toen ze ermee afkwamen en ik zei tegen mezelf: “da’s niet meer voor mij! Hier ben ik te oud voor geworden”. En toen heb ik voor mezelf de ‘oh-dat-schrijft-aangenaamspelling’ uitgevonden. Dus schreef ik de woorden voortaan zoals ik ze het liefst wou schrijven.

Spijten: het spijt mij-het speet mij-het heeft mij gespeten

Ja, toch een beetje. Want ik ben nu langs geen kanten meer mee. De spelling blijft beetje bij beetje veranderen. Ik ga mijn dochter nooit kunnen helpen met het huiswerk want het gaat de sloor punten kosten. Misschien moet ik er toch eens werk van maken.

Houden van: ik hou van-ik hield van-ik heb gehouden van

Ik kan het niet laten, de spellingsfouten uit een ander zijn tekst halen. De stagiair die bij mij met een verslagje afkomt, passeert eerst de spellingscontrole (MIJN spellingscontrole). Want ik hou van correctheid. Van juistheid. Van spelen met taal. Ik verafgood alle taalvirtuozen. Ik vind poëzie iets ongelofelijks, ook al snars ik er doorgaans geen snap van.

Rijmen: ik rijm-ik rijmde-ik heb gerijmd

We deden vroeger niks anders aan tafel. Zo lang mogelijk blijven rijmen op hetzelfde woord. En we probeerden limericks te schrijven. En ons verwonderen over de gecompliceerde eenvoud van een haiku. En met mijn babysitkindjes maakte ik eindeloze variaties op elk-elk-elk-de koe drinkt…

Op zich schamen: ik schaam op mij-ik schaamde op mij- ik heb op mij geschaamd

Mensen zoeken voor mij de regel van het kofschip op. Zo ver is het met mij gekomen. Ik maak hier post na post de grofste dt-fouten, de wansmakelijkste vervoegingsfouten en de meest onvoltooide voltooid deelwoorden. Maar ik wil eraan werken. Blijf mij gerust verbeteren, want telkens een dt-fout ontdekt wordt zak ik bijna door de grond van schaamte. Echt waar.

een koppige ezel zijn: ik ben een koppige ezel-ik was een koppige ezel-ik zal helaas altijd een koppige ezel blijven

Ja, want ik weiger het woord pannenkoek te schrijven (dit was hier enkel een noodzakelijke uitzondering). Met hun onnozele regeltjes… Bij mijn weten kan je een pannekoek maar in één pan bakken, gelijk hoeveel pannekoekepannen je ook liggen hebt. Ik heb het geprobeerd: bakken in één pan, opgooien, en opvangen in een andere… maar ik zweer het… onmogelijk om die pannekoek deftig in die andere pan te krijgen. Ik heb zelfs al pannekoeken gebakken zonder pan. Platekoeken eigenlijk. Of is het platenkoeken?

En paddenstoelen? Belachelijk! De dag dat dochterlief van school komt met de opdracht paddenstoelen te zoeken in het bos, dan zal ik haar eens vertellen hoe het zit. Dat padden in een modderige put wonen, dat daar geen plaats is voor stoelen, tenzij een stoel die tegen een stootje kan. En dat ik uit ervaring kan zeggen dat als een pad op een paddestoel gaat zitten, het steeltje binnen de second afkraakt. En dan ga ik samen met mijn dochter zelf stoeltjes ineen knutselen. Want creativiteit moet gestimuleerd worden.

Nog niet overtuigd? Dan beroep ik mij op de versteende uitdrukking. Een pannekoek kan gebakken worden op een keramische kookplaat. Keramiek is steen. Dus pannekoek. En een pad heeft steenpuisten. Dus paddestoel.