In dit verhaal ben ik de moeder en is mijn dochter de dochter. De meeste moeders zijn vrouwen en de meeste vrouwen zijn dol op schoenen. Ik ben een vrouw – ik heb een paar lichaamsdelen die dit bevestigen – maar ik ben niet dol op schoenen – ik heb meerdere paren schoenen die dit bevestigen – en ik ben een beetje aan de gierige kant.
Een gemiddeld paar schoenen gaat bij mij 4 jaar mee. Tis te zeggen, ik draag ze gemiddeld 4 jaar. Mijn omgeving vindt dat deze schoenen slechts een jaar mee gaan. En met de sjakosjen is het eigenlijk hetzelfde verhaal, behalve dat ik er maar één heb, terwijl ik altijd minstens 2 schoenen heb.
Ik dacht, ik herhaal, ik dacht dat de dochter hier zoals de moeder was. Getuige hiervan de scène van de dochter bij de onschuldige kajtsjoebottenverkoper die enkel de maat even wou vergelijken met de schoen die ze aan had. Getuige hiervan de scène van de dochter bij de aankoop van de winterschoenen. Getuige eigenlijk elke situatie waarbij dochter in de buurt kwam van een onbekend paar kinderschoeisel.
Donderdag is alles veranderd na een dagje shoppen met vriendinnen. Eén blik op een paar kinderbotjes en ik was verkocht. Eén blik op het prijskaartje en ik was verloren. Nuchter denken was niet meer mogelijk. Haar maat zat er niet meer bij, dus ben ik met een paar twee maten te grote prachtige oogverblindende botjes naar huis gekomen.
De eerste ontmoeting tussen kind en botjes (we hebben het hier over een aan elkaar voorstellen vanop afstand) ging gepaard met oorverdovend gegil en een vlucht naar de keuken waar Moses ten tijde van de vlucht naar Egypte jaloers op zou geweest zijn! Maar dat lag geheel binnen onze verwachtingen.
Maar toen we met de hulp van de papa de schoenen echter aan haar voeten gekregen hadden, was de dochter zo verloren als haar moeder de dag voordien. De botjes bleken klakbotjes te zijn. Niet met een hak natuurlijk, gewoon een nogal harde zool. En nu gaat dat hier al vier dagen van klakklakklakklak… Ze wil geen andere schoenen meer aan en fladdert hier van ’s morgens tot ’s avond rond gelijk een kolibri die zichzelf bijzonder graag hoort fladderen (maar met te grote pluimen).
‘t Is een feit. Mijn dochter is een vrouw. Meer nog dan haar moeder. Stel je voor.
En zoals u dus ziet: Nog allebei de oren aanwezig, die krabben op haar gezicht heeft ze zelf aangebracht.
De aandachtige lezer sprak: