Archief voor 2009

Secret Santa!

Stress kreeg ik er van… Overal lezen dat mensen de laatste hand leggen aan hun secret santapakje, het mijne lag klaar maar geraakte niet op de post. Vrijdag is het dan toch gelukt. Ik hoop dat de ontvanger er gelukkig mee is, de kans dat ik het zal weten, is miniem, aangezien ik nu ik er over nadenk, nergens mijn naam heb vermeld, en mijn briefje er ook vergeten insteken ben… zelfs de twee woorden ’secret santa’ staan nergens vermeld… Dju toch… (gelukkig is niet meer vloeken pas een voornemen voor 2015).

Vorige week kreeg ik echter ook in mijn bus dit pakje:

Toen viel ook mijn frank (hier vallen nog steeds geen euro’s) dat ik het mijn gelukkige gever niet gemakkelijk heb gemaakt. Carte Blanche geven ga ik nooit meer doen. Hoe moeilijk is dat, om iets te zoeken voor iemand die je van haar nog pluimen kent, en niks van info gekregen hebt! (mijn gelukkige ontvanger heeft dit gelukkig anders gedaan). Het pakje heeft vlotjes nog een week in mijn boom doorgebracht, maar vanmorgen was het zover, ik vond dat het tijd was om te openen.

Ge had mij moeten horen roepen! Van OOOoooooh! en Aaaaaah! En “moest ze wat dichter wonen (alhoewel ik het begot niet weet zijn), ik had een nieuwe beste vriendin!”!!! Een superschattig groen rokje met prachtige zakjes met wit en geel, en een geel biezeke vanonder! Ik naar de maat kijken en niet vinden… Heeft die lieve Isemo dat waarschijnlijk nog wel zelf gemaakt zekers!!! Hier spreekt dus een moeder die in de wolken is, en ‘t kind direct haar kleedje heeft uitgetrokken en rokje heeft aangetrokken. Met dit resultaat:

Marie is stante pede naar mijn kruidenkast getrokken om er de juiste kleuren kruiden uit te halen, passend bij de nieuwe rok (en heeft de dragon op de grond gegooid, rook erg lekker, maar een rottigheid om op te kuisen).

En dan moest het nog wel lukken dat mijn mama onlangs een truitje voor Marie heeft gebreid, afgebiest in datzelfde geel! Zo dus:

Supermerci aan Tess, voor het leuke idee, en super de supermerci aan Inge voor het supermooie cadeau (en de mooie kerstkaart)

Ik doe volgend jaar weer mee!

Prioriteiten stellen

Eergisteren vond ik het een prioriteit om de kerstkaartjes te bestellen. De dochter heeft wekenlang geweigerd mee te werken aan alles waar een fototoestel en kerstsfeer aan te pas kwam. Dus is het een oudere foto geworden zonder kerstsfeer. En dan is het beginnen sneeuwen…

Gisteren was ik de eeeeeenigste van uuuuuren in ‘t rond, die het een prioriteit vond om zijn oprit sneeuwvrij te maken.  En vreemd dat ik dat vond! Tot het gisteravond weer begon te sneeuwen natuurlijk. Dat was meer dan een uur werk voor niks, en vandaag een stijve arm voor niks. En mijn strijk staat hier nog, en secret santa had ook nog geen meter afgelegd…

Vandaag vond ik het een prioriteit om de dochter te leren dat wat vuil is, ètje is. Anders haalt ze vanalles en nog wat uit de vuilbak, en wrijft ze teveel over mijn auto en zo. Maar nu heeft ze mij gebeten, en nu denkt ze dat dat niet mag omdat mama ètje is.

Morgen is het mijn prioriteit om voor kerst het boek ‘Prioriteiten stellen voor dummies’ te vragen.

Pak mij dan, als je kan!

Een mens heeft zo van die momenten dat hij of zij een beetje opgefokt loopt. Het kunnen ook lange momenten zijn, wij noemen dat periodes. Ik geloof dat ik nu in zo een periode zit. Ik weet wanneer het begonnen is, en ik weet zelfs wanneer het zal eindigen. Denk ik.

t’ Is een school hier niet zo ver van. Net in de bebouwde kom, dus zone 50. Behalve als de school net uit is of net begint, of rond de middag, dan gaat het verkeersbord ‘30 km/h’ aan. Overlaatst had ik een woordenloze maar gebarenvolle aanvaring met een schoolbuurtbewoonster die collèrig drie vingers opstak toen ik aan 50 haar oprit voorbij reed. Ik doe geen gemene gebaren, dus heb ik wat vriendelijke gebaren gemaakt die er haar op moesten wijzen dat ze eens haar ogen moest opentrekken, dan zou ze zien dat het bord 30km/h pas voorbij haar oprit staat. Kijk, dan schiet er bij mij iets in gang, en krijg dat nog maar eens uit. Iedere keer als ik daar passeer, krijg ik een woeste uitdrukking, en maak ik dat ik daar zeker 50 rijd.

Nu heeft de politie daar zo een karretje gezet dat aangeeft hoeveel te snel je rijdt. Het staat ingesteld op 30km/h. En vanbinnen bij mij begint het weer te koken hé. Elke keer als ik daar passeer, en dat is zelden tijdens de ‘30-uren’ berispt dat bord mij dat ik een zware overtreding bega, omdat ik 50 rijd. Zot kom ik daar van. Ik jaag mij daar al 2 km voordien in op, en het gaat pas over achter een km of drie.

En nu wacht ik. Op de politie. Tot ze mij tegenhouden. Ik heb zoooo verschrikkelijk goesting om ruzie te maken met de politie over dat bord. Het wordt tijd dat ze daar staan, want de teergeliefde gaat met mijn gezaag en gedram niet blijven lachen… Waar is de politie als je ze nodig hebt?

Doe er ons zo nog maar ééntje!

Hoe lastig de voorbije maanden waren… Doodmoe en onwaarschijnlijke uitdager van een kind… Veel rust was mij niet gegund.

En hoe content wij nu zijn… Vermoeidheid zo goed als verdwenen (mag wel nu we onszelf halverwege mogen noemen)… En onze onvermoeibare uitdager blijft uitdagen, maar heeft intussen ook leren gehoorzamen! (Enkel naar de mama en papa weliswaar…). Haar en ons leven ziet er momenteel dus vooral zo uit:

Het is een leesbeest. Terwijl moeder een boek ligt te lezen in de zetel zoekt Marie (Awie) ook een boek (boe) en wurmt zich dan vakkundig tussen mama’s boek en mama’s gezicht, òp toekomstige broer of zus (maar dat kan moeder slecht verdragen) en zoekt naar al de prentjes die ze kent.

Ze verdiept zich in de anatomie van de mens. Dat verdiepen mag u letterlijk nemen. Het is echt schrikken als je ineens de kreet NEUJ! hoort en tergelijkertijd een petieterig kleine doch verrassend lange vinger zich een weg langs je linkerneusgat richting hersenen boort. En nog kan je haar geen ongelijk geven. Het is inderdaad mijn neus. Idem voor oo, ootj, mo, bui, oetje en teetjes.

Die zelfde anatomie kleed ze graag aan met zoveel mogelijk stof. Niet gelijk in welke volgorde natuurlijk. Eerst de tousen, dan de boe, vervolgens de sjiet en de vè. En alles wat ze dan nog vindt, moet ook aan. Ze negeert daarbij volkomen dat ze de zweetklieren van haar vader heeft. Het enigste waar ze het niet erg op begrepen heeft is nog steeds de pape (pamper). Maar dat is alleen maar omdat ze het potje nog niet kent, vrees ik.

Ordnung muss sein. (deze alinea geldt niet voor haar speelgoed). Het tafelblad van haar stoel moet proper zijn, kruimels allerhande worden weggeveegd, en korsten die toch niet zullen opgegeten worden worden zo ver mogelijk de keukentafel op gegooid. Geef het kind een doek, en ze kuist een kwartier aan een stuk je salontafel, helaas niet zonder elke twee minuten haar neus er eerst eens in te snuiten. 2 vliegen in één klap, vindt ze.

‘nee’ is één van de lievelingswoorden. Marie, eet je boterham op! Nee, koek! Marie, gaan we een speldje in je haar steken? Nee! Maat moeder is gelukkig zo slim van niet veel vragen te stellen. Oja, en ‘koek’ is ook één van haar lievelingswoorden. Alles is koek, olijven, chips, chocolade, brood dat er niet uitziet als brood (dat gebeurt hier soms), alleen koekoek, dat is geen koek. Dat is ‘oi’ (vogel). Gelukkig maar.

Zot van beesten. Ze kent de weg naar huis vanbuiten. Ze weet achter welke hoek ze kan beginnen roepen : Koei! Koei! Koei! Koei! (x 10.000) en na welke bocht : Paa! Paa! Paa! Paa! Paa! (x5.000, want er zijn meer koeien dan paarden). Ik heb haar bewust nog niet verteld waar ze de schapen kan zien. En thuis is Momijn (Piet Konijn, de knuffel) haar beste vriend, ze neemt er gemakkelijk een half uur voor om momijn te soigneren met een schotelvod. Ik begrijp niet wat ze ermee doet maar Momijn ziet er gelukkig uit, dus moei ik er mij niet mee.

Verkeersopvoeding is al bezig, al is het op heel basaal niveau. Auto! Auto! Auto! Auto! (x30.000, gelukkig weet ze nog niet wat fijn stof is) en de auto doet tuuttuut! (Weet ze niet van mij, want ik moet zou al eens moeten zoeken voor mijn claxon). En ze weet wat de politie doet. “oweeoweeoweeoweeoooo” (u leest het, ik ben vriendelijk gebleven, ik had ze heel andere dingen kunnen leren). En we wonen hier nog altijd op den buiten, dus ze kent ook een tactr. en een fie. Een brommer niet, want die krijgt ze toch niet.

Ik kan hier nog 20 alinea’s uit mijn mouw schudden, maar ik stop ermee. Eigenlijk wou ik alleen maar zeggen, dat dat kind een zegen geweest is, van bij de geboorte, en ik nooit had geloofd dat het zo een geestige, contente en gezonde mie zou blijven. Wij durven niet hopen dat kind 2 ons hetzelfde gemak zal brengen. Ik bereid mij in stilte voor op het omgekeerde. We zullen wel zien. Eerst nog die 20 weken met kleren voor zwellende vrouwen doorspartelen.

boel in ‘t huisouwen!

Ik zag het filmpje terug bij Elke, en ben zo vrij om het hier ook nog eens te plaatsen, want het heeft gezorgd voor UUUUUUUren boel in huisouwen! Vroeger toen ik nog thuis woonde. UUUUUUUUren boel tussen mij en Trom. En het is nog niet opgelost. Dus, bekijk het filmpje, luister goed, luister zeer goed, en beantwoordt dan de vraag.

En dan nu de vraag: Wat zingt die vrouw na “why does my heart feel zo bad”.

Ik ben zeer benieuwd naar jullie ideeën, en hoop dat daarmee dien boel voor eens en altijd is uitgeklaard.

Wij zijn rijk rijk rijk…

En we zijn weer met honderdeneen dingen tergelijkertijd bezig… Moe zijn, zagen, zagen over moe zijn, vinden dat we moeten kuisen, zien dat de auto steeds meer op een camouflage-tankje begint te lijken, de dochter van de salontafel halen, zuchten, dochter weer van de salontafel halen, zuchten, beseffen dat het er niet zal op verbeteren vanaf april, beginnen piekeren over hoe het allemaal te organiseren, dochter uit de hoek halen en zien dat ze weer op de salontafel gaat liggen, zich afvragen of het gaat beteren als ze naar school gaat, zich afvragen of er zal moeten gekampeerd worden voor het schooltje, zich afvragen of de school erg veel veranderd is sinds mijn eigen kindertijd, dochter van de salontafel halen, zich afvragen wat ze nu spelen op de speelplaats, … ik zit waarschijnlijk al aan honderd… en dan: zich afvragen of alle spelletjes van toen eigenlijk nog gespeeld worden…

Ik weet nog goed hoe het was op de lagere school. We speelden tikkertje, of verstoppertje, of verstoppertje pot. Dat zullen ze nu ook nog wel doen denk ik. Er werd ook erg veel gezongen op de speelplaats, als we zakdoekje leggen speelden, of al die andere spelletjes waarvan ik niet weet onder welke noemer je die moet plaatsen. Schipper mag ik overvaren, één-twee-drie…piano! (dat was wel een heel kort liedje). We speelden van ‘marjosse’ een spel dat mijn ouders vroeger ook speelden, maar bij hen noemde het ‘marjotte’ maar het liedje was bijna net hetzelfde (en het begon zoals de titel van dit stuk). Dan was er nog een over een clown, en een over een man die op reis ging en iemand mee nam. Als ik het aan mijn zusje vraag, dan zeggen die spelletjes haar niks.

Verder verdeden we onze speeltijd met ‘de rekker’: een gigantisch groot uitgevallen broekelastiek waar we in, op en over sprongen, helaas wou mijn mama geen rekker afstaan. Er was zo’n koord met een lus voor rond je enkel en aan het andere eind een bal, we hadden een jojo (en sommigen hadden er één die licht gaf!), springballen (en wij hadden thuis ontdekt dat als je er een stuk uit beet, je nooit kon voorspellen naar welke kant hij ging springen als je hem weggooide) (dat stuk mocht niet opgegeten worden natuurlijk). En dan de diabolo (mijn favoriet).

En jongleren tegen de muur. Het was een reeks van tien oefeningen die elk een naam hadden, en je foutloos moest herhalen tot tien. En ‘tussen vier vuren’, en netbal. En hinkelen.

En nu vraag ik mij dus af: voor de teergeliefde is de helft van wat ik hier opsom chinees (en ik mag het van hem niet steken op het feit dat hij diep vanuit de vlaamsche ardennen afkomstig is), is het voor jullie ook chinees? Werden die spelletjes alleen bij ons gespeeld? Hebben wij die dan uitgevonden? En zijn ze nu verloren gegaan? Al die uren plezier?

Waar een mens op wapenstilstand allemaal zit op te peinzen…

Betrapt! (en 9 andere ongeweten weetjes)

Merci Annava, Elke en Tess, voor de award, maar vooral voor de complimentjes. Ik hoop dat ik nu geen dertig weetjes moet gaan neerpennen, want ik breek al drie dagen mijn hoofd om er tien te vinden. Eigenlijk moet ik er maar negen vertellen, voor het tiende ben ik betrapt door Annava. Oké, en avant.

1. Ik vind mijn blog niet grappig. Ik hoop gewoon op een boeiende manier iets neer te schrijven, maar de aard van het schrijfbeestje kruipt er blijkbaar telkens weer wat in. In het echte leven ben ik gewoon een ontzettend flauwe grappenmaker, en de flauwe grappen komen helaas aan een tempo dat het niet grappig meer is. Ik weet niet waar kruipen van verlegenheid, wanneer mijn blog bestoeft word om zijn humorgehalte. Maar dan wel met een grijns van gelukzaligheid tot achter mijn oren.

2. Ik heb geen kleur van ogen. Eén oog heeft een bruine sproet erin, en voor de rest is het één mengelmoes. Noem een kleur en het zit erbij.

4. Ik kan niet tellen. (dit vind ik nu werkelijk een erg geslaagd grapje :-D )

5. Uitstellen is mijn eerste, tweede en derde natuur. Ik moet mij nog altijd inschrijven voor Tess’secretsanta, ik heb nog steeds niet gestofzuigd, ik moet nog altijd eens naar de tuinaanlegger bellen, en… gelukkig ben ik wel goed in delegeren.

6. Ik ben al veertien jaar kwaad op het PMS. Zij hebben mij indertijd aangeraden om de nutteloze richting economie te volgen in het middelbaar ipv wiskunde, omdat mijn punten niet goed genoeg waren. Ik ben al veertien jaar kwaad op mijzelf, dat ik hen dat heb laten zeggen. Daardoor heb ik nooit de studies architectuur aangevat, hoe graag ik mijn job nu ook doe, ik blijf dat jammer vinden. Ik heb mijn hele kindertijd grondplannen getekend. Dat wil toch zeker iets zeggen.

7. Toen de hypochondrie werd uitgedeeld, stond ik vanvoor in de rij. Ik beeld mij de vreselijkste ziekten in, bij de onozelste klachten. En alsof dat nog niet genoeg is, reageert mijn lichaam nog eens vaak op de meest bizarre manier bij de stomste aandoeningen. Ik heb nu net een koortsblaas: bij mij betekent dit dat de helft van mijn gezicht verschrikkelijk pijn doet, mijn ooglid schuurt, en mijn rechtertandenhelft poetsen een marteling is. Kan je indenken wat ik als diagnose in mijn hoofd had toen dit mij de eerste keer overkwam!

8. Ik ben soms zo gelukkig dat ik er bang van wordt. Ik heb een job waar ik soms met hele schrijnende situaties wordt geconfronteerd, ik heb zoals iedereen een sociaal netwerk waar wel eens wat gebeurd, en dat zijn soms erge dingen. Op die momenten besef ik meer dan ooit hoe gelukkig wij zijn, hoe wij alles hebben, en wacht ik angstig onze beurt af, omdat ik echt geloof dat elk zijn deel krijgt (al krijgt de een helaas al een groter deel toebedeeld dan de ander). Ik hoop dat wij onze kinderen kunnen meegeven altijd blij te zijn met wat ze hebben.

9. Ik kijk naar dr Phil. (als ik thuis ben, ik neem het niet op). En ik loop bijgevolg niet hoog op met Amerikanen. Al heb ik er nog nooit één in levende lijve gezien.

10. Ik ben betrapt. Annava had het gezien in Isabel’s blogroll, alhoewel Isabel voor dat vraagteken mijn volledige goedkeuring had (al had ik het zelf niet zien staan), en Sarah had een zeer donkerbruin vermoeden. Dus bij deze: wij zijn 15 weken ver. Maar mijn ervaring van 16 maand terug doet mij vermoeden dat ik wel weer 41 weken voor de boeg heb ipv de gebruikelijke 40. En ik ben moe. Maar het betert.

En bij deze geven wij de vragenlijstaward door aan:

Lienke, omdat je dingen doet die ik leuk vind, maar nooit zelf aan zou beginnen. Ik hou van je moestuin!

Satur9, omdat je zeker met 10 erg verrassende weetjes zal afkomen, gezien je leuke blog met de verrassende onderwerpen.

Nes, een beetje zoals Satur9, je hebt een leuke visie op de dingen.

Moeders en schoenen en dochters en schoenen

In dit verhaal ben ik de moeder en is mijn dochter de dochter. De meeste moeders zijn vrouwen en de meeste vrouwen zijn dol op schoenen. Ik ben een vrouw – ik heb een paar lichaamsdelen die dit bevestigen – maar ik ben niet dol op schoenen – ik heb meerdere paren schoenen die dit bevestigen – en ik ben een beetje aan de gierige kant.

Een gemiddeld paar schoenen gaat bij mij 4 jaar mee. Tis te zeggen, ik draag ze gemiddeld 4 jaar. Mijn omgeving vindt dat deze schoenen slechts een jaar mee gaan. En met de sjakosjen is het eigenlijk hetzelfde verhaal, behalve dat ik er maar één heb, terwijl ik altijd minstens 2 schoenen heb.

Ik dacht, ik herhaal, ik dacht dat de dochter hier zoals de moeder was. Getuige hiervan de scène van de dochter bij de onschuldige kajtsjoebottenverkoper die enkel de maat even wou vergelijken met de schoen die ze aan had. Getuige hiervan de scène van de dochter bij de aankoop van de winterschoenen. Getuige eigenlijk elke situatie waarbij dochter in de buurt kwam van een onbekend paar kinderschoeisel.

Donderdag is alles veranderd na een dagje shoppen met vriendinnen. Eén blik op een paar kinderbotjes en ik was verkocht. Eén blik op het prijskaartje en ik was verloren. Nuchter denken was niet meer mogelijk. Haar maat zat er niet meer bij, dus ben ik met een paar twee maten te grote prachtige oogverblindende botjes naar huis gekomen.

De eerste ontmoeting tussen kind en botjes (we hebben het hier over een aan elkaar voorstellen vanop afstand) ging gepaard met oorverdovend gegil en een vlucht naar de keuken waar Moses ten tijde van de vlucht naar Egypte jaloers op zou geweest zijn! Maar dat lag geheel binnen onze verwachtingen.

Maar toen we met de hulp van de papa de schoenen echter aan haar voeten gekregen hadden, was de dochter zo verloren als haar moeder de dag voordien. De botjes bleken klakbotjes te zijn. Niet met een hak natuurlijk, gewoon een nogal harde zool. En nu gaat dat hier al vier dagen van klakklakklakklak… Ze wil geen andere schoenen meer aan en fladdert hier van ’s morgens tot ’s avond rond gelijk een kolibri die zichzelf bijzonder graag hoort fladderen (maar met te grote pluimen).

‘t Is een feit. Mijn dochter is een vrouw. Meer nog dan haar moeder. Stel je voor.

De laatste wens

Vroeger las je soms in verhalen en strips hoe ter dood veroordeelden nog een laatste wens mochten doen. In de stomme boeken kozen ze dikwijls voor een lekkere maaltijd, in de reclame kozen ze voor een chocotoff. En mij hield het altijd bezig, wat ik zou kiezen als laatste wens. Ik dacht altijd dingen als: nog lang mogen leven, of nog 10 wensen mogen doen…

Overlaatst wist ik het. Mocht ik ter dood veroordeeld worden -ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom, misschien voor verwaarlozing van mijn blog…- dan zou ik niet aarzelen. Ik zou mijn eisen stellen over wat er nadien met mij moet gebeuren. Op tv worden de lijken op een koude metalen plaat in een kast gelegd, met een laken over hun lichaam, dat helaas altijd net tekort is om hun blote voeten te bedekken.

Ik weet niet of er leven na de dood is, maar als het zo is, dan wil ik geen engel zijn met koude voeten. Als ik naar de hel ga is de kans op koude voeten waarschijnlijk al niet meer zo groot. Maar dan nog…

Ik vraag een stel warme kousen. Of een lang gezellig deken. Of. Niet allebei, want ik kan geen kousen af onder een deken. Een korter deken mag enkel als ik onthoofd word. Om evidente redenen.

En als ik dan nog een tip mag geven voor de lijkenman. Geen koordje met naamkaartje rond mijn teen. Ik heb geweldig veel kriebels aan mijn voeten. Die man zou niet weten waar hij het heeft. Ik zou vast en zeker het eerste lijk zijn dat ligt te kronkelen op zijn tafel.

Iemand anders nog laatste wensen?

Goede burgerzin

Het overkomt iedereen wel eens, zin in een goede burger. Ik ben niet zo’n een burger-fan, omdat ik dat vies vind, maar de laatste tijd gaan die Bicky’s er wel echt vlotjes in, moet ik zeggen! Alhoewel dat nog de bwèkeste burger van al is met zijn drie sausen dooreen die altijd aan je vingers hangen, en aan je kleren als je niet oplet.

Doet er mij aan denken… Eergisteren ben ik een goede burger geweest. Mijn goede burgerzin getoond. Jawel. Eerst een overtreding begaan en daarna de politie gebeld. Alhoewel ik dit wel een ietsiepietsie moet nuanceren denk ik. Want het was niet echt om mijzelf aan te geven, noch om na te vragen of ik veertien dagen geleden nu wel of niet geflitst was. (haha!!! het zal enkel die trage slak van een Mercedes geweest zijn die niet doorhad dat we in de bebouwde kom waren aanbeland!).

Eergisteren heb ik wel 3 liedjes voor het rood gestaan. Na elkaar welteverstaan. En aan dezelfde lichten natuurlijk. Er stond een auto of 6 voor mij, en een auto of 6 achter mij. Om niet te zeggen dat ik ongeveer in het midden van de wachtende rij stond. Om Tien uur ’s avonds, dus ik had al in de mot dat er iets niet klopte. Uiteindelijk na die drie liedjes, heeft de eerste, die waarschijnlijk al zes liedjes stond te wachten toch beslist van door het rood te rijden. Behalve auto nummer twee is iedereen gevolgd, want er was geen kat op de andere straat.

Was ik toch wel de enigste zekers die zo verstandig was om de flikken te bellen om ze te verwittigen dat de lichten defect waren… Achteraf gezien begreep ik wel een beetje waarom. Dat zijn best kostelijke telefoons. Tegen dat de man aan de lijn die zei dat hij het niet begreep om dat hij niet van Gent was door had waar het probleem zat, waren er alweer drie liedjes gepasseerd. En dan vroeg hij nogmaals mijn naam en adres. Nadien kreeg ik een beetje schrik dat ik een bandiet mijn adres gegeven had (met al die ontsnappingen tegenwoordig mag je van niks meer verschieten…) maar kom… ik heb het toch maar gedaan. Als enigste.

Thuisgekomen hoorde ik van de teergeliefde dat er op die plek al om zes uur een monsterfile stond, dus waarschijnlijk waren de lichten toen al defect. Kan dat echt? Dat er na al die uren echt maar één iemand zo burgerzinbewust is om de flikken te verwittigen? Waar is het verantwoordelijkheidsgevoel naartoe? Het kost maar drie liedjes van je tijd.

Volgende Pagina »