situatie 1: in het verkeer op een doodgewone dag. Voor je rijdt een proper gekuiste ietwat oudere wagen aan een snelheid van ongeveer 40 km/h op een baan waar je 70 mag. Het lukt niet om voorbij te steken, teveel tegenliggers. Je nadert een rotonde en tegelijk ook de grens van een zenuwcrisis. De wagen voor je vertraagt tot een 20 km/h, en slaat uiteindelijk zonder pinken af, dezelfde straat waar je zelf in moet (dit is geen toeval, dit is helaas het enige wat een mens op dit moment mag verwachten). Je rijdt verder aan 40 km/h, 100m voor een kruispunt wordt de snelheid weer verlaagd tot 15 km/h en een lichte slingerbeweging laat je vermoeden (en hopen) dat de voorligger hier wel eens zou kunnen afslaan. Inderdaad! En bij het draaien zie je dat er twee 75-plussers in de wagen zitten.
situatie 2: Je staat te wachten bij de slager, 5 klanten vóór je, 3 achter, waaronder één 75-plusser. ze kan niet rustig blijven staan, neemt een potje zurkel van het rek en zet het al op de toonbank. Ze wurmt zich tussen 2 klanten om in de toonbank te kunnen kijken en gromt wat tegen zichzelf. Ze vraagt aan de gehaaste bediende of er geen vette darmen zijn. Bediende zegt van niet. Gromt wat tegen zichzelf. De slager komt in de winkel, de dame vraagt nogmaals of er geen vette darmen zijn. De slager zegt van niet. Gromt wat tegen zichzelf, neemt het potje zurkel en zet het terug op het rek. Zet een potje schorseneren op de toonbank. Intussen zijn de vijf klanten vóór je bediend. Net op het moment dat je wil bestellen is de oude tang-euh-dame haar lijstje al aan het opdreunen. Je zegt vriendelijk (maar inwendig aan het koken) dat jij aan de beurt bent. Waarop deze repliceert dat ze niet veel nodig heeft. De bediende komt tussen en laat jou voor gaan. De dame legt haar lijstje op de toonbank en zegt dat ze er binnen een kwartier zal omkomen.
Hoe vallen deze situaties in godsnaam te rijmen? Is het omdat ze de oorlog hebben meegemaakt? Of zijn ook wij gedoemd om zo te worden?
De aandachtige lezer sprak: