Betrapt! (en 9 andere ongeweten weetjes)

Merci Annava, Elke en Tess, voor de award, maar vooral voor de complimentjes. Ik hoop dat ik nu geen dertig weetjes moet gaan neerpennen, want ik breek al drie dagen mijn hoofd om er tien te vinden. Eigenlijk moet ik er maar negen vertellen, voor het tiende ben ik betrapt door Annava. Oké, en avant.

1. Ik vind mijn blog niet grappig. Ik hoop gewoon op een boeiende manier iets neer te schrijven, maar de aard van het schrijfbeestje kruipt er blijkbaar telkens weer wat in. In het echte leven ben ik gewoon een ontzettend flauwe grappenmaker, en de flauwe grappen komen helaas aan een tempo dat het niet grappig meer is. Ik weet niet waar kruipen van verlegenheid, wanneer mijn blog bestoeft word om zijn humorgehalte. Maar dan wel met een grijns van gelukzaligheid tot achter mijn oren.

2. Ik heb geen kleur van ogen. Eén oog heeft een bruine sproet erin, en voor de rest is het één mengelmoes. Noem een kleur en het zit erbij.

4. Ik kan niet tellen. (dit vind ik nu werkelijk een erg geslaagd grapje :-D )

5. Uitstellen is mijn eerste, tweede en derde natuur. Ik moet mij nog altijd inschrijven voor Tess’secretsanta, ik heb nog steeds niet gestofzuigd, ik moet nog altijd eens naar de tuinaanlegger bellen, en… gelukkig ben ik wel goed in delegeren.

6. Ik ben al veertien jaar kwaad op het PMS. Zij hebben mij indertijd aangeraden om de nutteloze richting economie te volgen in het middelbaar ipv wiskunde, omdat mijn punten niet goed genoeg waren. Ik ben al veertien jaar kwaad op mijzelf, dat ik hen dat heb laten zeggen. Daardoor heb ik nooit de studies architectuur aangevat, hoe graag ik mijn job nu ook doe, ik blijf dat jammer vinden. Ik heb mijn hele kindertijd grondplannen getekend. Dat wil toch zeker iets zeggen.

7. Toen de hypochondrie werd uitgedeeld, stond ik vanvoor in de rij. Ik beeld mij de vreselijkste ziekten in, bij de onozelste klachten. En alsof dat nog niet genoeg is, reageert mijn lichaam nog eens vaak op de meest bizarre manier bij de stomste aandoeningen. Ik heb nu net een koortsblaas: bij mij betekent dit dat de helft van mijn gezicht verschrikkelijk pijn doet, mijn ooglid schuurt, en mijn rechtertandenhelft poetsen een marteling is. Kan je indenken wat ik als diagnose in mijn hoofd had toen dit mij de eerste keer overkwam!

8. Ik ben soms zo gelukkig dat ik er bang van wordt. Ik heb een job waar ik soms met hele schrijnende situaties wordt geconfronteerd, ik heb zoals iedereen een sociaal netwerk waar wel eens wat gebeurd, en dat zijn soms erge dingen. Op die momenten besef ik meer dan ooit hoe gelukkig wij zijn, hoe wij alles hebben, en wacht ik angstig onze beurt af, omdat ik echt geloof dat elk zijn deel krijgt (al krijgt de een helaas al een groter deel toebedeeld dan de ander). Ik hoop dat wij onze kinderen kunnen meegeven altijd blij te zijn met wat ze hebben.

9. Ik kijk naar dr Phil. (als ik thuis ben, ik neem het niet op). En ik loop bijgevolg niet hoog op met Amerikanen. Al heb ik er nog nooit één in levende lijve gezien.

10. Ik ben betrapt. Annava had het gezien in Isabel’s blogroll, alhoewel Isabel voor dat vraagteken mijn volledige goedkeuring had (al had ik het zelf niet zien staan), en Sarah had een zeer donkerbruin vermoeden. Dus bij deze: wij zijn 15 weken ver. Maar mijn ervaring van 16 maand terug doet mij vermoeden dat ik wel weer 41 weken voor de boeg heb ipv de gebruikelijke 40. En ik ben moe. Maar het betert.

En bij deze geven wij de vragenlijstaward door aan:

Lienke, omdat je dingen doet die ik leuk vind, maar nooit zelf aan zou beginnen. Ik hou van je moestuin!

Satur9, omdat je zeker met 10 erg verrassende weetjes zal afkomen, gezien je leuke blog met de verrassende onderwerpen.

Nes, een beetje zoals Satur9, je hebt een leuke visie op de dingen.

Moeders en schoenen en dochters en schoenen

In dit verhaal ben ik de moeder en is mijn dochter de dochter. De meeste moeders zijn vrouwen en de meeste vrouwen zijn dol op schoenen. Ik ben een vrouw – ik heb een paar lichaamsdelen die dit bevestigen – maar ik ben niet dol op schoenen – ik heb meerdere paren schoenen die dit bevestigen – en ik ben een beetje aan de gierige kant.

Een gemiddeld paar schoenen gaat bij mij 4 jaar mee. Tis te zeggen, ik draag ze gemiddeld 4 jaar. Mijn omgeving vindt dat deze schoenen slechts een jaar mee gaan. En met de sjakosjen is het eigenlijk hetzelfde verhaal, behalve dat ik er maar één heb, terwijl ik altijd minstens 2 schoenen heb.

Ik dacht, ik herhaal, ik dacht dat de dochter hier zoals de moeder was. Getuige hiervan de scène van de dochter bij de onschuldige kajtsjoebottenverkoper die enkel de maat even wou vergelijken met de schoen die ze aan had. Getuige hiervan de scène van de dochter bij de aankoop van de winterschoenen. Getuige eigenlijk elke situatie waarbij dochter in de buurt kwam van een onbekend paar kinderschoeisel.

Donderdag is alles veranderd na een dagje shoppen met vriendinnen. Eén blik op een paar kinderbotjes en ik was verkocht. Eén blik op het prijskaartje en ik was verloren. Nuchter denken was niet meer mogelijk. Haar maat zat er niet meer bij, dus ben ik met een paar twee maten te grote prachtige oogverblindende botjes naar huis gekomen.

De eerste ontmoeting tussen kind en botjes (we hebben het hier over een aan elkaar voorstellen vanop afstand) ging gepaard met oorverdovend gegil en een vlucht naar de keuken waar Moses ten tijde van de vlucht naar Egypte jaloers op zou geweest zijn! Maar dat lag geheel binnen onze verwachtingen.

Maar toen we met de hulp van de papa de schoenen echter aan haar voeten gekregen hadden, was de dochter zo verloren als haar moeder de dag voordien. De botjes bleken klakbotjes te zijn. Niet met een hak natuurlijk, gewoon een nogal harde zool. En nu gaat dat hier al vier dagen van klakklakklakklak… Ze wil geen andere schoenen meer aan en fladdert hier van ’s morgens tot ’s avond rond gelijk een kolibri die zichzelf bijzonder graag hoort fladderen (maar met te grote pluimen).

‘t Is een feit. Mijn dochter is een vrouw. Meer nog dan haar moeder. Stel je voor.

De laatste wens

Vroeger las je soms in verhalen en strips hoe ter dood veroordeelden nog een laatste wens mochten doen. In de stomme boeken kozen ze dikwijls voor een lekkere maaltijd, in de reclame kozen ze voor een chocotoff. En mij hield het altijd bezig, wat ik zou kiezen als laatste wens. Ik dacht altijd dingen als: nog lang mogen leven, of nog 10 wensen mogen doen…

Overlaatst wist ik het. Mocht ik ter dood veroordeeld worden -ik zou eerlijk gezegd niet weten waarom, misschien voor verwaarlozing van mijn blog…- dan zou ik niet aarzelen. Ik zou mijn eisen stellen over wat er nadien met mij moet gebeuren. Op tv worden de lijken op een koude metalen plaat in een kast gelegd, met een laken over hun lichaam, dat helaas altijd net tekort is om hun blote voeten te bedekken.

Ik weet niet of er leven na de dood is, maar als het zo is, dan wil ik geen engel zijn met koude voeten. Als ik naar de hel ga is de kans op koude voeten waarschijnlijk al niet meer zo groot. Maar dan nog…

Ik vraag een stel warme kousen. Of een lang gezellig deken. Of. Niet allebei, want ik kan geen kousen af onder een deken. Een korter deken mag enkel als ik onthoofd word. Om evidente redenen.

En als ik dan nog een tip mag geven voor de lijkenman. Geen koordje met naamkaartje rond mijn teen. Ik heb geweldig veel kriebels aan mijn voeten. Die man zou niet weten waar hij het heeft. Ik zou vast en zeker het eerste lijk zijn dat ligt te kronkelen op zijn tafel.

Iemand anders nog laatste wensen?

Goede burgerzin

Het overkomt iedereen wel eens, zin in een goede burger. Ik ben niet zo’n een burger-fan, omdat ik dat vies vind, maar de laatste tijd gaan die Bicky’s er wel echt vlotjes in, moet ik zeggen! Alhoewel dat nog de bwèkeste burger van al is met zijn drie sausen dooreen die altijd aan je vingers hangen, en aan je kleren als je niet oplet.

Doet er mij aan denken… Eergisteren ben ik een goede burger geweest. Mijn goede burgerzin getoond. Jawel. Eerst een overtreding begaan en daarna de politie gebeld. Alhoewel ik dit wel een ietsiepietsie moet nuanceren denk ik. Want het was niet echt om mijzelf aan te geven, noch om na te vragen of ik veertien dagen geleden nu wel of niet geflitst was. (haha!!! het zal enkel die trage slak van een Mercedes geweest zijn die niet doorhad dat we in de bebouwde kom waren aanbeland!).

Eergisteren heb ik wel 3 liedjes voor het rood gestaan. Na elkaar welteverstaan. En aan dezelfde lichten natuurlijk. Er stond een auto of 6 voor mij, en een auto of 6 achter mij. Om niet te zeggen dat ik ongeveer in het midden van de wachtende rij stond. Om Tien uur ’s avonds, dus ik had al in de mot dat er iets niet klopte. Uiteindelijk na die drie liedjes, heeft de eerste, die waarschijnlijk al zes liedjes stond te wachten toch beslist van door het rood te rijden. Behalve auto nummer twee is iedereen gevolgd, want er was geen kat op de andere straat.

Was ik toch wel de enigste zekers die zo verstandig was om de flikken te bellen om ze te verwittigen dat de lichten defect waren… Achteraf gezien begreep ik wel een beetje waarom. Dat zijn best kostelijke telefoons. Tegen dat de man aan de lijn die zei dat hij het niet begreep om dat hij niet van Gent was door had waar het probleem zat, waren er alweer drie liedjes gepasseerd. En dan vroeg hij nogmaals mijn naam en adres. Nadien kreeg ik een beetje schrik dat ik een bandiet mijn adres gegeven had (met al die ontsnappingen tegenwoordig mag je van niks meer verschieten…) maar kom… ik heb het toch maar gedaan. Als enigste.

Thuisgekomen hoorde ik van de teergeliefde dat er op die plek al om zes uur een monsterfile stond, dus waarschijnlijk waren de lichten toen al defect. Kan dat echt? Dat er na al die uren echt maar één iemand zo burgerzinbewust is om de flikken te verwittigen? Waar is het verantwoordelijkheidsgevoel naartoe? Het kost maar drie liedjes van je tijd.

Het parcours dat niet foutloos mocht zijn.

Ooit, lang geleden, toen de planten nog spraken, en ik nog jong, dom en gezond was, heb ik eens een voornemen gemaakt. Intussen ben ik nog altijd vrij jong, nog altijd vrij dom en nog altijd vrij gezond (al knelt daar het schoentje een beetje…) en weet ik dat voornemens maken niet slecht is, maar ze aan je vriendinnen en collega’s vertellen wèl bijzonder dom is.

Dus wat neemt een jonge domme en gezonde vrouw zich voor op de dag dat haar werkende leven zich voor haar ontrolt: “Ik ga voor een foutloos parcours! Op de dag van mijn pensioen zal geen enkele ziektedag mijn vijfenzeventigduizend loonfiches ontsiert hebben!”

Gelach en gespot alom.

Maar voor deze jonge domme en gezonde vrouw was dat geen onbezonnen idee hoor! Ik mij verdedigen. Moeilijke jeugd gehad… Blablabla… Jawel. Mama ik heb keelpijn! – ah, hier zie, nen Fichermen’s Friend! Mama ik heb moeten braken, moet ik naar school? – Tzal er nu wel uit zijn, ga maar naar school! Mama ik heb hoofdpijn! – kruipt gij vanavond wa vroeger in uw bed, da’s van de moeite! Mijn hele schoolcarrière geen dag gemist. En als het dan toch eens een serieuze buikgriep was, was het meestal niet eens in mijn lijf, maar in dat van al de rest van het gezin. Hypochondrie was volgens moeder geen echte ziekte, je mocht er nog zo ziek van zijn. Die plastic zak mocht nòg een half jaar aan mijn bed hangen, schoolgaan zou ik doen! Ik ging nochthans graag naar school, ik wou gewoon een keertje verlof als een ander het niet had. Wist ik veel dat ziekteverlof niet plezant is. Wat is er verkeerd met een jonge domme en gezonde vrouw die haar leven overschouwd en van een gemis een deugd wou maken?

Gelach en gespot alom.

Hebben ze geen gelijk gekregen zekerst! Dit jaar was het van dat. In mei waren de eerste twee ziektedagen een feit. Het kon niet zijn. Die dodelijke angine die mijn keel al een lijkenkleur, geur en smaak gaf (al heb heb ik nog nooit een mensenlijk geproeft) heb ik kunnen doorstaan, maar dat maagdarmvirus dat daarna volgde, dat vond de huisarts zelfs te bar. Te besmettelijk. Mocht niet gaan werken.

Gelach en gespot en nog meer gelach alom.En zelfs de vraag om een blogje erover!

En nu zondag, zat ik daar weer op het werk. Eén hoopje ellende, pendelend tussen het toilet en de bureau. Vol hoop om er maandag terug te staan. Maar het heeft wederom niet mogen zijn. Dag drie staat genoteerd.

Dus beste vriendinnen en collega’s, lach ende spot! Het kan mij geen knijt schelen want ik ben mottig en heb andere zorgen. Mijn parcours is toch al om zeep. Lieve Elke T-man Lizarazu, dit was dus het blogje. ;-)

Of heeft iemand nog een ander parcours in gedachten?

I am a lady

Oh, wat voel ik mij toch een goede verantwoordelijke burger als ik weer eens een voetganger laat oversteken, of iemand laat invoegen in een file. Ja, want ik ben een dame in het verkeer (als ik niet te hard rij).

Maar niks voor niks. Ik verwacht er iets voor terug. Het begint met een ‘t’ en eindigd met ‘eken van dankbaarheid’. Een glimlach, een opgestoken hand, gelijk wat…

Gisteren kwam er een auto uit de tegengestelde richting en wou zich keren op de baan. I am a lady, dus remde ik, en wachtte geduldig tot hij in de andere richting staat. Ik was al benieuwd welk teken van dankbaarheid ik nu weer zou krijgen. Ik wachtte nerveus af, en zag ik op de achterruit, in grote zilveren letters:

BITCH!

Eh, ik zal nog eens hoffelijk zijn.

Over auto’s en frieten en ‘k ging het just zeggen

Paniek in je ogen! Oh nee! Tis toch niet waar zekers! Ze heeft toch niet…

Maar bijneenk, ik heb niet… mijn auto in frieten gereden. Ik heb het vandaag gewoon over auto’s en frieten. En ‘k ging het just zeggen.

Ik parkeer mijn auto altijd op dezelfde plaats op het werk, als ik de vroege heb. Dat is gemakkelijk, dicht bij mijn kleedkamer, minder over en tweer lopen. Zo deed ik dus ook gisteren. Maar toen ik terug naar huis wou, had ik iets vreemd voor. Ik stap recht naar mijn auto. Dat is onder meer omdat daar veel volk loopt en scheef lopen brengt dan vele vreemde blikken teweeg, en ook omdat het echt ook rechtendoor is. En ik dacht : miljaar, ik wist dat hij vuil stond, maar het wordt precies wel ECHT  dringend dat ik hem eens kuis, d’er hangen echt klodden modder aan… En ik loop rond mijn auto, en dacht: tjeng, dat is ook nie van mijn gewoonte van zo ver van de kant te parkeren. Ik steek mijn sleutel in het slot. Correctie: ik probeer mijn sleutel in het slot te steken, en zie ineens dat mijn kinderstoel weg is! Uiteindelijk heb ik eens voorzichtig rond mij gekeken of niet teveel mensen keken, en ben ik heel nonchalant naar mijn eigen auto geslenterd, die er net achter geparkeerd stond. Ik heb niet durven opkijken.

Ik vertelde het tegen mijn papa, en die vertelde dat mijn tante ooit beter presteerde, ze wou als eerste in de auto zitten, dus kwam aangelopen, zwierde de autodeur open, smeet zich op voorste zetel, content dat ze van voor zat, tot ze merkte dat er aan het stuur een man zat die ze nooit eerder had gezien. Ze is meteen uit de auto gespurt en in de juiste auto gaan zitten.

Brengt mij naadloos over op mijn volgende item. Frieten. Frieten dat ik daarnet gegeten heb! Maar echt zo van die frieten waarvan ne mens zegt: dat zijn nu ne keer frieten! Ik heb ook darmen. Darmen dat ik heb! Dat zijn zo echt van die darmen waarvan ne mens zegt : dat zijn nu ne keer darmen zeg! En als ik frieten eet waarvan ne mens zegt: dat zijn nu ne keer frieten zeg!, dan krijg ik krampen. Krampen dat ik dan krijg! Echt zo van die krampen waarvan ik zeg:  dat zijn nu ne keer krampen zeg!  En dan dan komt mijn pointe: morgen zijn het frieten op het werk. Miljaar! Tweestrijd!

Wat mij naadloos overbrengt op mijn volgende item. De teergeliefde zijn creativiteit scheert hoge toppen! Hij beantwoordt al drie dagen elke opmerking van mij met ” ‘k ging het just zeggen”. Moet ik daar nu gelukkig om zijn, of niet? Miljaar! Tweestrijd!

Als je het aantal herhalingen in deze post kan tellen, zal de teergeliefde voor je koken. Koken dat die zal doen! Echt zo koken waarvan ne mens zegt: dat is nu ne keer koken zeg! (maar hij weet het nog niet)

En moeder droop af…

Dat triestig weer… Dat komt door al dat gezanik over de eerste september. Terwijl het eigenlijk de tweede september was die echt van belang was! Ha ja, want dan maakte onze kleine dame hier de overstap naar de peutergroep. Ik was er niet erg gerust in, want sinds het verlof verliep het afscheid in de creche nogal moeilijk.

Vorige week een bezielde uitleg van meer dan een uur gekregen over hoe het er in die peutergroep eigenlijk aan toe gaat. Het was een uitleg van ” we werken hier met thema’s, maar stel je daar niet veel bij voor, want het zijn peuters, we doen dat eigenlijk alleen maar om te vermijden dat wij een heel jaar boten tekenen” en ” ze zal zeer rap kunnen tellen, we doen hier niet anders, en dat is niet omdat wij willen dat ze dat kunnen, dat is gewoon omdat wij niet kunnen onthouden hoeveel kinders wij hebben” en “ze mogen niet gooien met de zetels”. Awel, thuis mag ze dat ook niet. Ik heb dus wreed moeten lachen tijdens de uitleg. Eigenlijk ben ik daar niet zo moeilijk in, ik wil gewoon een plaats waar ik mijn dochter met een gerust hart kan achterlaten, en waar ze zich amuseert, al de rest is extra. Van de babygroep waren wij ook bijzonder tevreden, alleen begon de dochter zich steendood te vervelen tussen de bleiters, en hield ze de deur in de gaten, en vanaf ze haar kans zag liep ze weg naar de peuters.

Rara waar liep de dochter op 2 september naartoe? De babygroep natuurlijk. Na wat gegil en gekrijs en smeekbede van de moeder (de dochter heeft een zeldzame aandoening genaamd “een houten oor”) toch richting peutergroep gekregen. En daar kon het ineens niet snel genoeg gaan. De deur stond open en miss was weg. Geen gezwaai, geen kussen en geen knuffels.

Gisteren zelfde scenario.

Vandaag nog wat erger. Geen tijd voor sentimentaliteit. Ik smeekte de dochter nog om een knuffel, maar mevrouw zette het op een krijsen en begon op de deur te slaan. Eens de deur open stoof ze weg, en ik stond daar. En de kinderverzorgsters :” ‘t is toch zo een flinke! Gelijk of ze hier al jaren komt!”. Jeuj!

Ooh help. De dochter is een blijkt een mini versie van haar eigen moeder. (die het ooit ook op een krijsen zette omdat moeder haar na de eerste halve schooldag kwam afhalen. Het zijn meteen volle dagen geworden). Binnenkort komt ze ook vragen om op internaat te mogen, en op kot, en alleen gaan wonen, en dan naar het andere eind van de wereld verhuizen… Nooit gedacht dat ik zo vroeg zou moeten beginnen loslaten…

Leugens en andere onwaarheden

Helemaal niet mijn stijl. Uitgenodigd worden voor blogmeetings, en dan stoppen met bloggen. Mensen uitnodigen mijn blog te bekijken en dan geen microbite meer op het scherm deponeren. Gelukkig heb ik duizend en één goede excuses waarom. Maar ze zijn niet allemaal waar. Aan u de keuze welk u het meest bij mij vindt passen.

1. Ik zat in de gevangenis. Ik heb 3 ontsnapte gedetineerden onderdak gegeven. Daardoor kreeg ik ruzie met de teergeliefde, want die gedetineerden verbeterden zijn high-scores van zijn pc-spellekes. (en ik kon niet bloggen) en dan heeft de teergeliefde gelekt naar de politie. We zitten nu in onze eerste erge huwelijkscrisis. Oh Elke! Wat waren uw woorden profetisch! Misschien is het eigenlijk jouw schuld?

2. Ik zie teveel werk. En ik combineer dit met een hardnekkige luiheid. De strijk stapelt zich op, ik kan gedichten schrijven in het vuil van mijn ruiten. Een poging om de trap te dweilen is mislukt wegens twee vernislagen tekort. Ik durf mijn auto niet kuisen wegens te veel spinnen erin en errond. Er is ook een nieuwe reeks oude afleveringen van dr. Phil gestart. Lachen geblazen. Minder lachen geblazen is dat ik van een vriendin nog een verplicht blogonderwerp heb, nl mijn foutloos parcours, maar ik zie er geen beginnen aan. Misschien kunnen we de stilte alhier op Elke T-man Lizarazu alhinder steken.

3. Ik was aan het trainen voor de voetbal. Gisteren moest ik spelen, maar een tegenspeler heeft mijn scheen en kuitbeen in frieten geschopt. U kon het zien op tv. (ik heb dus een geldig alibi, want 10 000 000 getuigen!). Het  is de schuld van Axel.

4. De dochter eist al mijn aandacht. Van de babygroep naar de peutergroep, heb ik een waslijst met vaardigheden die ik haar nog moest aanleren. Intussen schrijft ze vlot haar naam in 4 vreemde talen. Van hebreeuws, over russsisch (er klopt hier iets niet maar ik zie het niet) langs het sanskriet naar het chinees. Helaas, Nederlands wil maar niet lukken. Ook is haar pools beter dan haar nederlands. Het begint hier een vreemde situatie te lijken, aangezien de publieke opinie maar niet kan beslissen op wie ze nu lijkt. Maar het is echt ene van ons! Ze heeft ZIJN teenschimmel, en MIJN neusgaten!!! Die van kind en gezin vonden dit betrouwbaarder bewijs dan een DNAtest. Ik wijk hier precies af van mijn pointe. Het is dus de schuld van het kind!

5. Ik ben het kind van kleine zelfstandigen. Dit excuus is al door menigeen kleine medemens van twijfelachtig allooi gebruikt, dus hier moet ik even verifiëren : Het zijn kleine zelfstandigen, doch van gemiddelde lengte, en ze doorstaan elke controle van welke instantie danook met de vingers in de neus. ( ik hoor u denken, vandaar die neusgaten, maar ook hier vraag ik u deze woordspeling figuurlijk op te nemen, om problemen bij een volgende hygiënische controle te vermijden). Het is dus de schuld van mijn slechte jeugd.

6. Bloggen is gevaarlijk. Het is de schuld van het internet.

Vwollà, 6 redenen. 2 waarheden. 4 leugens. Echt waar.

Ze zijn allemaal zot geworden

Ooit was gezond verstand een noodzaak. Later werd het een deugd. Nog later een aangenaam extraatje. Tegenwoordig is gezond verstand compleet overbodig. Want lang leve de Belgische polletiek! Zij denken voor ons, en zij beschermen ons tegen de vijand!

Geef toe, het is toch prachtig gevonden! Geen enkel ander land kan zo probleemoplossend uit de hoek komen!

Valt er een doorgedraaide gek een crèche binnen en begint hij daar kinderen en kinderverzorgsters af te slachten? Dan zetten we toch gewoon een slot op de crèche!!! En wordt het ineens hot om rusthuizen te overvallen en daar schilders dood te schieten? Dan stelt men zich toch inderdaad allereerst de vraag of er op de rusthuizen ook geen slot moet!!!

Dat is toch allemaal veel handiger dan onze gevangenissen beveiligen!!!

Moeten wij ons nu veiliger voelen? In een land waar criminelen niks te verliezen hebben. Leve de procedurefouten, de overvolle gevangenissen, de bekwame politici die bij ieder incident weer maar eens er niet in slagen de vinger op de wonde te leggen en hun toevlucht zoeken in symptoomverdoezelende maatregelen. En leve deze maatschappij waarin gezond verstand, verantwoordelijkheidszin, eerlijkheid en burgerzin niet lonen. (ik zal werk hebben met mijn opvoeding)

Gelukkig hebben we nog de muziek. Miljaar, dat hebben we ook al niet meer. Tenzij we weer dokken. Er zou zo eens gratis en voor niks een aangename sfeer op ons werk hangen. Ik mag er niet aan denken! Dank u SABAM (voor ook UW gezond verstand)

Ik voel plotseling een grote nood aan een uniform en een avondklok.

update: ONWAARSCHIJNLIJK!!! Hoor ik vandaag nog wel dat die overvallen gepleegd zijn door gevangenen!?! Want wat doet ge als gedetineerde als ge overdag buiten moogt… Ik heb zin om te gillen en te verhuizen naar afghanistan (maar dat zal wel snel overgaan denk ik)

Volgende Pagina »