Hoe lastig de voorbije maanden waren… Doodmoe en onwaarschijnlijke uitdager van een kind… Veel rust was mij niet gegund.
En hoe content wij nu zijn… Vermoeidheid zo goed als verdwenen (mag wel nu we onszelf halverwege mogen noemen)… En onze onvermoeibare uitdager blijft uitdagen, maar heeft intussen ook leren gehoorzamen! (Enkel naar de mama en papa weliswaar…). Haar en ons leven ziet er momenteel dus vooral zo uit:
Het is een leesbeest. Terwijl moeder een boek ligt te lezen in de zetel zoekt Marie (Awie) ook een boek (boe) en wurmt zich dan vakkundig tussen mama’s boek en mama’s gezicht, òp toekomstige broer of zus (maar dat kan moeder slecht verdragen) en zoekt naar al de prentjes die ze kent.
Ze verdiept zich in de anatomie van de mens. Dat verdiepen mag u letterlijk nemen. Het is echt schrikken als je ineens de kreet NEUJ! hoort en tergelijkertijd een petieterig kleine doch verrassend lange vinger zich een weg langs je linkerneusgat richting hersenen boort. En nog kan je haar geen ongelijk geven. Het is inderdaad mijn neus. Idem voor oo, ootj, mo, bui, oetje en teetjes.
Die zelfde anatomie kleed ze graag aan met zoveel mogelijk stof. Niet gelijk in welke volgorde natuurlijk. Eerst de tousen, dan de boe, vervolgens de sjiet en de vè. En alles wat ze dan nog vindt, moet ook aan. Ze negeert daarbij volkomen dat ze de zweetklieren van haar vader heeft. Het enigste waar ze het niet erg op begrepen heeft is nog steeds de pape (pamper). Maar dat is alleen maar omdat ze het potje nog niet kent, vrees ik.
Ordnung muss sein. (deze alinea geldt niet voor haar speelgoed). Het tafelblad van haar stoel moet proper zijn, kruimels allerhande worden weggeveegd, en korsten die toch niet zullen opgegeten worden worden zo ver mogelijk de keukentafel op gegooid. Geef het kind een doek, en ze kuist een kwartier aan een stuk je salontafel, helaas niet zonder elke twee minuten haar neus er eerst eens in te snuiten. 2 vliegen in één klap, vindt ze.
‘nee’ is één van de lievelingswoorden. Marie, eet je boterham op! Nee, koek! Marie, gaan we een speldje in je haar steken? Nee! Maat moeder is gelukkig zo slim van niet veel vragen te stellen. Oja, en ‘koek’ is ook één van haar lievelingswoorden. Alles is koek, olijven, chips, chocolade, brood dat er niet uitziet als brood (dat gebeurt hier soms), alleen koekoek, dat is geen koek. Dat is ‘oi’ (vogel). Gelukkig maar.
Zot van beesten. Ze kent de weg naar huis vanbuiten. Ze weet achter welke hoek ze kan beginnen roepen : Koei! Koei! Koei! Koei! (x 10.000) en na welke bocht : Paa! Paa! Paa! Paa! Paa! (x5.000, want er zijn meer koeien dan paarden). Ik heb haar bewust nog niet verteld waar ze de schapen kan zien. En thuis is Momijn (Piet Konijn, de knuffel) haar beste vriend, ze neemt er gemakkelijk een half uur voor om momijn te soigneren met een schotelvod. Ik begrijp niet wat ze ermee doet maar Momijn ziet er gelukkig uit, dus moei ik er mij niet mee.
Verkeersopvoeding is al bezig, al is het op heel basaal niveau. Auto! Auto! Auto! Auto! (x30.000, gelukkig weet ze nog niet wat fijn stof is) en de auto doet tuuttuut! (Weet ze niet van mij, want ik moet zou al eens moeten zoeken voor mijn claxon). En ze weet wat de politie doet. “oweeoweeoweeoweeoooo” (u leest het, ik ben vriendelijk gebleven, ik had ze heel andere dingen kunnen leren). En we wonen hier nog altijd op den buiten, dus ze kent ook een tactr. en een fie. Een brommer niet, want die krijgt ze toch niet.
Ik kan hier nog 20 alinea’s uit mijn mouw schudden, maar ik stop ermee. Eigenlijk wou ik alleen maar zeggen, dat dat kind een zegen geweest is, van bij de geboorte, en ik nooit had geloofd dat het zo een geestige, contente en gezonde mie zou blijven. Wij durven niet hopen dat kind 2 ons hetzelfde gemak zal brengen. Ik bereid mij in stilte voor op het omgekeerde. We zullen wel zien. Eerst nog die 20 weken met kleren voor zwellende vrouwen doorspartelen.
De aandachtige lezer sprak: