Deel één, waar nog logica heerst
Het leven was zeker niet slecht, om niet te zeggen dat het zelfs eigenlijk wel best goed was. Alletwee full-time werken, twee kleine afbrekers, geen tijd meer voor de naaihobby en toch nog stof kopen, ‘s avonds beslissen wat er op de tv zou zijn en in de zetel in slaap vallen vóór het programma goed en wel begonnen was. Zoals ik dus zei, niet slecht. Dit was tot de teergeliefde ineens (m)opperde dat het toch dàt niet is, zo één weekend op twee er alleen voor staan met die kleinmannen, en dan al die lates van mij waarbij de kinderen dan niet te doen waren, het gezinsleven dat er zo weinig is… Ik was blij dat hij het zei, en besloot voor een oplossing te zorgen.
Deel twee, waar ratio ontbreekt
Wat kan een mens dan doen. Gôh, we zijn toch al moe ‘s avonds (en ‘s morgens eigenlijk ook), waarom doen we er gewoon geen masterstudie bij? Halftijds werken, halftijds ouderschapsverlof waarin we dan naar de les gaan. ‘s avonds studeren ipv in slaap vallen in de zetel en blokken als de beesten, waar ik vroeger al zo’n complete nul in was. En hup, ik had mij ingeschreven.
Iedere mens heeft zijn levensmotto. Bij sommigen zijn dit mooie motto’s die een evenwichtig leven vooropstellen, bij anderen wordt hun motto nooit verwoord ofwel door gebrek aan woordenschat ofwel doordat sommige zaken beter niet luidop uitgesproken worden. En dan ben ik er. Ik heb er twee. Het eerste luidt: “moeilijk gaat ook” en betreft meestal de drie seconden aan een beslissing vooraf gaan. Mijn tweede motto situeert zich ongeveer veertien dagen na het nemen van een beslissing en luidt: “Dju, Moeferkoe, gij domme kalle!”.
En zo geschiedde… Ik sta nu een paar weken voor de examens, behalve om acht uur ‘s avonds in slaap vallen in de zetel heb ik ‘s avonds bitter weinig gedaan. Hele dagen moeten kiezen tussen mijn gezin en de school omdat het op termijn beter is voor het gezin, is een bijzonder zware keuze om steeds opnieuw te moeten maken, voor mij toch.
Deel drie, waarin u zicht best de moeite kan besparen
“Hà, hoe is het met de studies?” vragen de mensen. En dan antwoord
ik naar waarheid. En dan zeggen ze: “moh, ge gaat gij daar wel door zijn…”. Wel, het is nu dáár dat u zich de moeite kan besparen. Als ik zeg dat ik nauwelijks iets doe, dan is dat omdat dat zo is. Wat moet u dan wel doen? Je moet doen zoals mijn achter achter achter, en dan een beetje schuin, en dààrachterbuurvrouw: ” ge hebt u ingeschreven, ge kunt zien dat ge het nu doet ook!” Voilà. Dàt heb ik nodig. De spreekwoordelijke schup in mijn gat. (en ook kinders die niet ziek worden als ik eens thuis ben om te studeren).
Zie zo. Schup maar. En ge kunt zien dat ik er door ben.

De aandachtige lezer sprak: